Obama pakt overheid 2.0 degelijk aan, maar bereikt hij er ook iets mee?

door Davied van Berlo op 20 mei 2010

in Onderzoek en visies, Overheid 2.0

Hoewel de meeste commentatoren in de Verenigde Staten het over ‘government 2.0′ hebben, heten de beleidsplannen van de Amerikaanse overheid op 2.0-gebied ‘open government’. Die plannen moeten de overheidsorganisaties aanzetten tot meer  ’transparancy, participation and collaboration’. Twee weken terug schreef ik over overheid 2.0 in Australië, vandaag de stand van zaken in de VS.

De termen ‘openheid, participatie en samenwerking’ stonden al in het eerste memorandum dat Obama schreef en dat zijn nog steeds de centrale begrippen. Het eerste jaar kreeg vooral de openheid veel aandacht, zo lanceerde de Amerikaanse CIO Vivek Kundra eerst data.gov, waar overheidsdata toegankelijk wordt gemaakt, en vervolgens it.usaspending.gov waar inzichtelijk werd gemaakt waar de overheid op ict-gebied geld aan uitgaf. De investeringen die de Amerikaanse regering naar aanleiding van de crisis doet, zijn te volgen op recovery.gov. Zie ook mijn eerdere blog hierover.

Open Government Directive

Ondertussen zijn we weer een jaar verder en is duidelijk wat de contouren zijn van het 2.0-beleid van Obama. Op 8 december 2009 kwam de Open Government Directive uit. Daarin worden alle federale overheidsorganisaties opgedragen om in lijn met de uitgangspunten van openheid, participatie en samenwerking de volgende stappen te nemen en daar plannen voor uit te werken:

  1. Publiceer overheidsinformatie op internet, met als doel om verantwoordelijkheid af te leggen aan de samenleving, het publiek in staat te stellen te participeren door het te informeren en om economische kansen te creëren. Binnen 45 dagen moesten minimaal drie hoogwaardige informatiebronnen online beschikbaar zijn en binnen 60 dagen moest een overzichtssite gecreëerd worden;
  2. Verhoog de kwaliteit van de overheidsinformatie, waarbij specifieke functionarissen worden aangesteld om daarop aanspreekbaar te zijn;
  3. Creëer een cultuur van openheid binnen de organisatie, zodat de uitgangspunten van openheid, participatie en samenwerking ook op de langere termijn en in alle onderdelen van de organisatie ingang vinden en ten uitvoer worden gebracht;
  4. Zorg voor richtlijnen die deze werkwijze ondersteunen en neem belemmeringen weg voor het gebruik van online instrumenten of een open aanpak.

Vervolgens staat uitgewerkt hoe deze plannen eruit moeten zien en staat bij elk van de drie uitgangspunten welke aspecten aan bod moeten komen en wat er opgeleverd moet worden. Kortom, overheidsorganisaties kregen een heldere en controleerbare opdracht mee om werk te maken van Open Government. Maar niet iedereen was even enthousiast. De nadruk ligt nog steeds erg op de organisaties en hun data. Waar is de participatie en samenwerking met de maatschappij? Wat is de rol van burgers? En wat van ambtenaren?

Stand van zaken

Misschien zijn niet alle aspecten aan bod gekomen, maar de punten die er staan, kunnen in ieder geval makkelijk worden afgestreept. Vijf maanden later zijn alle federale organisaties dan ook tegen het licht gehouden door Kundra. Op basis van de Open Government Directive zijn dertig evaluatiecriteria opgesteld, op elk van de drie uitgangspunten en voor de opdracht om met een voorbeeldproject (flagship initiative) te komen. Het resultaat kan in een mooi schema worden gezet.

Kundra concludeert (samen met Aneesh Chopra, de Amerikaanse CTO) dat alle federale overheidsorganisaties grotendeels hebben voldaan aan hun verplichtingen. Op de sites van de organisaties staat een apart onderdeel (het internetadres van die organisatie met /open erachter) waar ze verslag doen van hun initiatieven. Zie ook het uitgebreide overzicht op Govloop, het Amerikaanse ambtenarennetwerk. Behalve Kundra volgen ook burgerorganisaties de voortgang van Open Government, zo publiceerde OpenTheGovernment.org een eigen evaluatiesite.

Ondanks de strikte richtlijnen geeft elke organisatie een eigen invulling aan de /open-site. Maar de nadruk op voorbeeldprojecten levert wel een aantal mooie voorbeelden op, zie bijvoorbeeld bij het ministerie van Arbeid, DOL. Het Witte Huis zet ook leading practices in de etalage en heeft een innovations gallery om bredere toepassing te stimuleren. Daarnaast is een handreiking (pdf) uitgebracht over het inzetten van wedstrijden en het uitreiken van prijzen en wordt gewerkt aan een sociale netwerksite voor binnen de overheid: FedSpace.

Hoe verder?

Hoewel de werkwijze van het Witte Huis wat technocratisch overkomt, kan de Amerikaanse overheid ondertussen een aantal mooie voorbeelden van overheid 2.0 laten zien. En niet alleen overheidssites praten daarover. Beth Noveck, directeur van het Open Government Initiative, brengt deze voorbeelden nadrukkelijk naar voren, zoals in dit interview en deze lezing. Veel van deze voorbeelden zijn ook toepasbaar in Nederland.

Hoewel de nadruk nog erg lijkt te liggen op ‘transparancy’ komen ook ‘participation’ en ‘collaboration’ steeds meer in beeld. Het Witte Huis gaf daar zelf vorig jaar het goede voorbeeld in door online input te vragen voor zijn beleidsplannen (de site is nu uit de lucht, maar meer informatie staat in dit artikel in de New York Times). Noveck heeft duidelijk de ambitie om door te gaan met dergelijke initiatieven, maar snel gaat het niet.

Hoewel de Verenigde Staten er een andere aanpak op nahouden dan Australië, is het duidelijk dat een strategie van bovenaf vruchten afwerpt. Het blijft onduidelijk in hoeverre ook wordt gewerkt aan de beweging van onderop: door ambtenaren op te leiden, te betrekken bij en te enthousiasmeren voor Open Government. Govloop heeft ondertussen ruim 30.000 leden, maar wat binnen organisaties gebeurd blijft betrekkelijk onzichtbaar. Er zijn wel voorbeelden van de interne inzet van 2.0-mogelijkheden, maar daar zou ik best meer van willen zien. Overheid 2.0 kan immers alleen slagen, als er ook voldoende ambtenaren 2.0 zijn.

{ 0 reacties }

Comments on this entry are closed.