Beth Noveck – Wiki Government: een model voor overheid 2.0

door Monique Roosen op 24 mei 2010

in Boeken, Overheid 2.0

In het boek Wiki Government geeft Beth Noveck ons op een inspirerende manier inzage in hoe technologie en innovatie de overheid beter kan laten functioneren, de democratie kan versterken en burgers meer invloed kan geven. Het is ‘n warm pleidooi voor open innovatie. Beth Noveck is de plaatsvervangend Chief Technology Officer en directeur voor Open Government in de regering van president Obama. Als inspiratiebron gebruikt ze de door haar geïnitieerde pilot Peer-to-Patent waar de externe experts worden ingezet in het arbeidsintensieve traject van informatie- en feitenverzameling voorafgaand aan de toekenning van patenten. Het model is ook gemakkelijk toepasbaar op de Nederlandse overheid.

Verschil tussen inspraak en co-creatie

“Most methods by which agencies consult with citizens are still rooted in the notion that government knows best.”

Noveck geeft in haar boek veel aandacht aan de geschiedenis van inspraak, burgerparticipatie en openbaarheid in de Verenigde Staten. Bij inspraak ligt de focus op burgers die discussiëren en meningen geven over wat het beleid zou moeten zijn. Denk bijvoorbeeld aan referenda of inspraak bij de indeling van de openbare ruimte. Dit leidt in principe niet tot effectievere beleidsontwikkeling. Iedere mening telt en is van gelijke waarde. De nadruk van inspraak ligt bij zelf-expressie en gelijkheid van inbreng.

Bij co-creatie, in combinatie met open innovatie, ligt de focus op uitvoering van ‘n effectief beleidsontwikkeltraject en het eindproduct. Zie een eerdere blog die hierover is geschreven. Innovatie vindt plaats gedurende het besluitvormingsproces waarbij voldoende mogelijkheden zijn voor externe participatie. Openheid en transparantie zijn gedurende het gehele traject belangrijke begrippen. Bij co-creatie ligt de nadruk op samenwerking (participatie) en ‘n continu innoverend vermogen.

Een actueel voorbeeld: bij de Environmental Protection Agency is dit uitgewerkt in een informatief deel (transparancy), inspraak (participation) en samenwerking (collaboration). De oplossing van de lekkende olieplatform in de Golf van Mexico mag je ‘n mogelijke technische oplossing aandragen maar helaas gaat dit niet verder dan het indienen hiervan (geen openheid, transparantie of mogelijkheid tot co-creatie). Het boek staat overigens bomvol met goede voorbeelden en praktische ideeën om direct mee aan de slag te gaan als overheidsorganisatie!

Ontwerp van een effectievere overheid

“If an agency builds an open, transparent, meaningful framework, participants will come.”

Peer-to-Patent bleek een groot succes maar ook een leerschool. De lessen die Noveck daar geleerd heeft, zijn volgens haar van toepassing op alle open overheidsprojecten en die gebruikt ze dan ook als basis voor haar boek. Belangrijk uitgangspunt: organiseer de werkzaamheden op een dusdanige manier dat iedere expert (zowel intern als extern) op effectieve wijze kan bijdragen. Maak in die zin optimaal gebruik van de kennis van individuele burgers, maar ook van de wisdom of the crowd.

De inzetbaarheid van dit middel hangt natuurlijk wel af van het soort probleem, maar vooral ook van de wil van de organisatie om zo te werken. In dat geval is het noodzakelijk dat we het traditionele ontwikkeltraject voor beleidsvraagstukken, dat vaak  intern gericht is met af en toe een inspraakmoment van buiten, op een andere manier bekijken. Voor ieder traject is het belangrijk om na te gaan

  • welk probleem opgelost moet worden,
  • welke stappen moeten worden genomen,
  • welke informatie relevant is daarbij,
  • welke expertise daarvoor nodig is
  • en hoe optimaal gebruik kan worden gemaakt van expertise in de maatschappij.

Maak bij de uitvoering gebruik van de nieuwste technologieën die samenwerking en groepswerk ondersteunen en tevens inzage geven in het proces. Het moet voor iedereen gemakkelijk zijn om aan te sluiten vanuit zijn/haar expertisegebied. Denk daarbij aan de volgende aspecten:

  • Granulariteit: laagdrempeligheid is belangrijk. Door het werk op te splitsen in kleine taken en die zichtbaar te maken kunnen geïnteresseerden meteen aan de slag en langzaamaan deel worden van de community;
  • Groepsgevoel: er moet een groepsgevoel ontstaan waarbij iedere deelnemer kan bijdragen aan het gezamenlijke eindproduct. Het versterkt de betrokkenheid bij het project en het gevoel dat de bijdrage zinnig is;
  • Waarderen en goede naam opbouwen: deelnemers moeten de mogelijkheid hebben om bijdragen van anderen te waarderen, zodat op die manier de beste bijdragen boven komen drijven.

Zelfs op meta-niveau (dus voor het bepalen van deze stappen) kun je externe expertise inzetten. Uiteraard ben en blijf je als overheidsorganisatie uiteindelijk verantwoordelijk voor het eindproduct en het daarvoor op te stellen beleid.

Actieplan voor effectieve overheid

“The best way to ensure openness is to think about every piece of information as a potential community.”

Op basis van haar ervaring met Peer-to-Patent komt Noveck met tien lessen voor een overheid 2.0:

  1. Zorg voor een eenduidige vraagstelling: geen algemene termen, deelnemers moeten precies weten wat van hen verlangd wordt;
  2. Betrek de juiste mensen: stel de vragen aan de juiste experts, maak hierbij zelfselectie mogelijk en kweek een groepsgevoel;
  3. Ontwerp het beleidsproces op maat om het juiste eindresultaat te bereiken: wees transparant over het proces en wat er van de deelnemers verlangd wordt. Waar kan ik welke bijdrage leveren? Welke taken zijn er? Wat gebeurt er met mijn bijdrages?
  4. Ontwerp voor groepen en niet voor individuele deelnemers: pel het probleem af in brokstukken die door groepen deelnemers kunnen worden opgepakt of uitgewerkt. Kweek het groepsgevoel, waarbij iedere deelnemer een steentje bijdraagt aan het eindproduct dat nooit door één persoon had kunnen worden bereikt;
  5. Maak de voortgang van de groep zichtbaar: zorg ervoor dat te allen tijde inzichtelijk is waar de groep mee bezig is en hoe het werk vordert, dat ondersteunt het samenwerkingsproces;
  6. Verdeel het werk in rollen & taken: door kleine pakketjes werk te creëren kunnen deelnemers makkelijk een taak oppakken en aan de slag gaan met wat ze leuk vinden;
  7. Maak gebruik van de kracht van reputaties: het is belangrijk om deelnemers en bijdragen te waarderen, zodat deelnemers kunnen bouwen aan een reputatie of status. Dergelijke reputatietechnieken zijn ook  gebruikelijk bij andere  netwerken zoals eBay (de reputatie van verkopers) en LinkedIn (de aanbevelingen);
  8. Maak  beleid, geen websites: focus op het probleem als geheel en zorg ervoor dat in het onderliggende proces de momenten van samenwerking herkenbaar zijn. Met ander woorden, bekijk het onderliggende beleidsprobleem, wat zijn de te ondernemen beleidstappen en welke processtappen verlopen moeizaam of waar komt men tekort aan expertise?
  9. Experimenteer met nieuwe ideeën: maak ruimte voor innovatie, organiseer ideeënwedstrijden en start pilots. Wees je daarbij bewust van het feit dat dit ook kan en mag falen. Churchill zegt daarover: “Succes is de vaardigheid om van de ene mislukking naar de volgende te gaan zonder dat je enthousiasme tempert.”
  10. Leg de nadruk op het eindresultaat: het gaat om het resultaat, niet om wat je erin stopt, de investering, de procescriteria (hebben we wel de juiste stappen doorlopen), etc.

Door bovengenoemd stappenplan kunnen we de juiste experts aan tafel krijgen en de goede discussie voeren om de problematiek op te lossen. Maar dat houdt wel in, dat we niet meer op een traditionele manier tegen beleidsproblemen moeten aankijken maar ons open en transparant moeten opstellen.

“There needs to be a leadership to drive change from the top down as well as from the bottom up to ‘infect’ the rest of the leadership.”

  • Lees ook het interview met Beth Noveck over Open Government, luister naar een radio-interview of kijk naar haar lezing waarin ze de principes uiteen zet en weer veel voorbeelden noemt:

Door Monique Roosen, in samenwerking met Davied van Berlo

{ 0 reacties }

Comments on this entry are closed.