De resultaten van de virtuele Open Koffie

door Ramon de Louw op 18 december 2009

in Ambtenaar 2.0, Instrumenten, Projecten en voorbeelden

Afgelopen maandag organiseerde Ambtenaar 2.0 samen met Synthetron een virtuele Open Koffie. De discussie, die ruim een uur duurde, ging razendsnel. Tijd om koffie te halen was er dan ook nauwelijks. Het leverde wel interessante conclusies op. 

Een drukke discussie

In totaal hebben maar liefst 83 personen aan de sessie deelgenomen. De deelnemers waren verspreid over het hele land, met zelfs bijdragen uit Vlaanderen. Gemiddeld 55 mensen waren gelijktijdig aan het discussiëren met elkaar. De software deelde de deelnemers keurig op in groepjes van zo’n 5 personen, met ongeveer om de 10 minuten een nieuwe stelling of vraag. Ook de laatkomers konden op die manier keurig aansluiten zonder al te veel te missen.

De bijdragen in de groep werden beoordeeld door de overige deelnemers en bij voldoende instemming werd de bijdrage ook ter evaluatie ingebracht in de andere discussiegroepen. Dit leidde soms tot veel te beoordelen ideeën en stellingen en een levendige discussie. En sommigen vonden nog tijd om commentaar te leveren via Twitter, wat zelfs een 7e plek op Twirus opleverde.

Karakteristieken van de deelnemers

Ondanks dat Ambtenaar 2.0 vooral over het werk van de overheid gaat, waren er ook veel aanwezigen van buiten de overheid. Bijna een kwart van de deelnemers was afkomstig van adviesbureaus of ICT-bedrijven. Bij de overheid was het overgrote deel afkomstig van kerndepartementen (bijna 40%), met vooral veel deelnemers vanuit LNV (waar Ambtenaar 2.0 ook begonnen is) en Justitie. Duidelijk afwezig zijn de vele uitvoerende diensten (zbo’s, agentschappen) van de Rijksoverheid, maar ook de provincies waren met 5% sterk ondervertegenwoordigd. De medewerkers van gemeentes vormden met bijna 20% daarentegen een duidelijk aanwezige groep.

Opvallend is de afwezigheid van de ministeries die bij de overheid intensief betrokken zijn bij innovatie en de vernieuwing van de Rijksdienst. Of dit binnen het netwerk van Ambtenaar 2.0 ook het geval is, is mij onbekend. Ligt hier nog een kans?

Bij de deelnemers is de leeftijdscategorie van 30 tot 50 jaar het best vertegenwoordigd. Opmerkelijk is dat de leeftijdsgroep onder de 30 jaar vooral bij de overheidsorganisaties in de minderheid is. Maar dat heeft wellicht te maken met de jarenlange krimpdoelstellingen (en dus vacaturestops) bij overheden waardoor jongere medewerkers sterk in de minderheid zijn.

Onderwerpen

De virtuele discussie begon met een opwarmvraag: De open koffie bijeenkomsten voor ‘Ambtenaar 2.0’ zouden niet alleen in Den Haag plaats moeten vinden, maar door het hele land. De stelling kon uiteraard op een grote bijval rekenen. Gelukkig zijn er in de praktijk ook al initiatiefnemers elders in het land.

In de discussie zijn verder de volgende vragen aan bod gekomen:

  1. Wat beschrijft het best je eigen houding ten aanzien van het gebruik van web 2.0 voor je werk als ambtenaar?
  2. In hoeverre ben je het eens met de volgende stelling: ” Als ambtenaar moet je je actief bewegen op het internet waar het jouw onderwerp betreft.”
  3. Welke randvoorwaarden zijn er nodig om meer en beter als ambtenaar 2.0 te kunnen werken? 
  4. Op welke manier ga je om met internetdiscussies als jouw persoonlijke mening afwijkt van de officiële lijn van het ministerie of organisatie waar je werkt? Wat doe je dan?
  5. Wat zijn in jouw ogen de meest effectieve toepassingen waarmee je als ambtenaar 2.0 de kloof tussen overheid en samenleving kan verkleinen? Geef ook de reden aan van je keuze. 
  6. Welke stappen kan je zelf nemen zodat je collega’s actiever gebruik gaan maken van de mogelijkheden van web 2.0?
  7. De hele discussie overziend, wat is dan voor jou de grootste uitdaging betreffende ‘Ambtenaar 2.0’?

Hieronder ga ik verder in op de stellingen. Ik maak daarbij dankbaar gebruik van de analyse van Michel Brakenhoff van Synthetron.

Eigen houding en actief acteren op internet

Het merendeel (84%) van de deelnemers staan positief of zelfs enthousiast tegenover het gebruik van web 2.0. Voor bijna de helft van de deelnemers is internet inmiddels onmisbaar geworden in hun werk. Een aantal ziet het als een moderne manier van werken, die het o.a. mogelijk maakt om samen te werken met collega’s buiten de eigen afdeling.

Ook een grote meerderheid (87%) is het eens met de stelling dat ambtenaren zich actief op internet moeten bewegen waar het hun onderwerp betreft. Een redelijke groep deelnemers vindt internetdiscussies in de eerste plaats nuttig om te luisteren wat er leeft onder de mensen op hun onderwerp. Zelf actief meedoen is voor hen niet noodzakelijk. Een aantal deelnemers vindt dat je als ambtenaar midden in de maatschappij moet staan om je werk goed te kunnen doen. Internet kan hierbij helpen. Anderen vinden de grote hoeveelheid vakinhoudelijke kennis die toegankelijk is via internet een groot voordeel voor het doen van hun werk.

Randvoorwaarden Ambtenaar 2.0

Deze stelling leverde veel input op. De randvoorwaarden die aan bod kwamen gaan vooral over het management en de organisatiestructuur, de cultuur, en de technische faciliteiten. 

Meer dan de helft van de deelnemers vindt vertrouwen en ruimte van de leidinggevenden een belangrijke randvoorwaarde om meer als ambtenaar 2.0 te kunnen werken. Specifieke punten die genoemd worden voor ondersteuning zijn o.a. een mandaat om te spreken en het besteden van tijd om collega’s wegwijs te maken in de mogelijkheden van web 2.0. Daarnaast kunnen leidinggevenden een belangrijke rol spelen door visie te ontwikkelen en hun leiderschapstijl aan te passen. Leiders zouden ook voorbeeldgedrag moeten laten zien door actief deel te nemen aan discussies over ambtenaar 2.0 en mensen te inspireren op dit gebied. Een redelijke groep deelnemers ziet geen noodzakelijke randvoorwaarde in een aanpassing van de organisatiestructuur. Ze vinden het belangrijker dat het netwerk tussen mensen kan (blijven) functioneren.

Een specifiek aspect van de cultuur dat verbeterd kan worden is de ruimte om fouten te kunnen maken. Zeker de helft van de deelnemers bevestigde dit. Een aantal deelnemers vindt de omslag in de cultuur naar een open community een belangrijke randvoorwaarde voor het slagen van ambtenaar 2.0.  De helft van de groep vindt juist dat ambtenaren zelf meer ruimte kunnen nemen en zich nieuwsgierig op moeten stellen.

Dan de techniek. Een behoorlijke groep deelnemers vindt goede apparatuur en voorzieningen een belangrijke randvoorwaarde. Sommigen verwachten van de ICT-afdeling betere ondersteuning op het gebied van web 2.0. Ze vinden dat in naam van ‘beveiliging’ teveel mogelijkheden worden geblokkeerd. Daarnaast pleiten ze voor het gebruik van marktstandaarden in plaats van eigen ontwikkelingen binnen de overheid.

Persoonlijke mening op internet

In de praktijk blijkt dit een lastig iets. Een behoorlijk groep vindt dan ook dat ambtenaren verantwoordelijk om moeten gaan met het uiten van de eigen mening als die afwijkt van de officiële lijn. Sommigen vinden dat ambtenaren vooral op moeten passen bij onderwerpen uit hun eigen werkpakket. Een deel van de groep kiest er voor om alleen feitgen in te brengen als hun eigen mening afwijkt. De suggestie van een enkeling om dan anoniem bijdragen te gaan leveren wordt niet gedeeld door anderen.

Toepassingen web 2.0

Opvallend was dat bij deze vraag weinig concrete voorbeelden werden gegeven. Dit roept de vraag op of er inderdaad weinig zijn. Maar wellicht was er juist behoefte bij de deelnemers om over de mogelijkheden en randvoorwaarden te discussiëren.

Ruim de helft van de deelnemers vindt het erg belangrijk dat reacties van burgers echt serieus worden opgepakt en dat wordt gecommuniceerd wat er met hun suggesties gebeurt. Velen waren het eens met de bijdrage: in elk geval niet van die schijn-inspraak aanpak: burgers hun zegje laten doen en uiteindelijk schijnbaar daar niet door beïnvloed een geheel eigen beslissing nemen’ . Het gaat dus niet om inspraak, maar vooral samenspraak. Daarnaast vindt een behoorlijke groep dat de overheid open moet zijn. Dat geldt zowel voor het eigen handelen als het beschikbaar stellen van databestanden. Gelukkig zijn hier meerdere overheden al actief mee bezig. Maar meer aandacht is nodig.
 
 Een aantal deelnemers suggereert om van de ontwikkelingen gebruik te maken om meer rechtstreeks contact met burgers op te bouwen. Sommigen vinden dat aan het begin van een project de inspraak goed ingepland moet worden en dat de ingezette methoden steeds specifiek afgestemd moeten worden op het doel en de doelgroep. Een aantal deelnemers vindt dat de overheid vooral gebruik moet maken van toepassingen die breed in de maatschappij gebruikt worden. Sommigen vinden ook dat de overheid het experiment aan moet durven gaan met overtuiging moet handelen. Een flink aantal deelnemers bevestigde dan ook de mening van een van de deelnemers: Crowdsourcing, (social)networking en twitter, om te zien wat er leeft, hoe dat mijn beleidsveld raakt en hoe ik dat kan verwerken in besluitvorming. immers, TK/PS/Raden zijn volksvertegenwoordigers. Hoe kunnen zij tegen zijn als ‘de omgeving’ het wil!’.
 

En wat kunnen we zelf doen?

Over dit onderwerp blijkt de groep het aardig met elkaar eens, wat zichtbaar is in een relatief groot aantal stellingen en ideeën met brede ondersteuning. Een behoorlijke groep vindt dat ambtenaren zelf actief aan de slag moeten met web 2.0 en hun ervaringen en successen moeten laten zien aan hun collega’s. Concrete voorbeelden werken daarbij het best. Een aantal deelnemers benaderen actief directe collega’s en gaan het gesprek aan. Ze krijgen anderen mee door zaken te laten zien en door hun enthousiasme. Het gaat dus vooral om een actieve en enthousiasmerende houding.

En de toekomst?

 Een behoorlijke groep vindt dat de overheid mee moet met de maatschappij, maar dat dit nog wel een aanpassing van de cultuur vraagt. Angst en hiërarchie passen in hun ogen niet bij de nieuwe wereld (De overheid moet wel mee. De maatschappij beweegt een bepaalde kant op. Achterblijven is geen optie.’ ). Politiek en het bestuur moeten dan nog wel overtuigd moet worden van de effectiviteit van de nieuwe middelen. Ook is er meer aandacht nodig om de ‘non-believers’ mee te krijgen.

Conclusie

Het lijkt alsof een kopgroep binnen de overheid de ontwikkelingen rond web 2.0 ziet en actief meebeweegt. Een deel van die kopgroep deed ook mee aan de virtuele discussie. Dank daarvoor! De uitdaging voor de toekomst  lijkt vooral te liggen in het meekrijgen van onze naaste collega’s en de bestuurders. Er wacht al die ambtenaren 2.0 een mooie uitdaging voor 2010!

Wie behoefte heeft aan meer informatie over de sessie en de resultaten kan hier terecht. Voor alle geplaatste berichten klik hier.

Ik ben erg benieuwd wat jullie opvalt in de uitkomsten en hoe jullie de sessie met Synthetron hebben ervaren.

Met dank aan Synthetron.

 

Interessant? Deel het nu met anderen!
  • Print
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google Bookmarks
  • Blogplay
  • email
  • LinkedIn
  • Live
  • NuJIJ
  • Posterous
  • Twitter

(Mogelijk) gerelateerde artikelen:

  1. Eerste Open Koffie dit jaar over … onszelf!
  2. Open Koffie 26 april 2010: paneldiscussie over 2.0 en ict
  3. Resultaten van de brainstorm over Ambtenaar 2.0 in 2009
  4. Ik doe mee met de virtuele Open Koffie. Jij toch ook?
  5. Doe mee met de virtuele Open Koffie!

{ 3 reacties }

{ 3 reacties }

ronald van den hoff 22 januari 2010 om 20:09

mag ik wat van deze teksten “quoten” in mijn nieuwe boek?

Jeroen de Miranda 22 januari 2010 om 20:52

Hoi Ronald, de tekst is van Davied – we werken onder Creative Commons, met bronvermelding helemaal mooi uiteraard.

P.S. zou wel leuk zijn als je een account maakt op js-kit (bjiv. via Twitter; dan zie je ook een fotootje van jezelf – hier staat hoe je dat kunt doen:

http://www.ambtenaar20.nl/?page_id=3451

Ramon1974 9 februari 2010 om 10:01

‘t Is mijn artikel, Jeroen. Maar quoten staat vrij. Een bronvermelding is altijd netjes!

Comments on this entry are closed.

Vorig artikel: Leiderschap 2.0 deel 2. Wat leren we van World of Warcraft?

Volgend artikel: Lid van de week 52: Bart van der Meij