Overtuigd van de kracht van 2.0 zoekt Joost Reus de dialoog, niet alleen met zijn collega’s, maar ook met ’stakeholders’ en vooral de burger. Niet de massamedia, maar mensen met een gezamenlijk idee kunnen in dit internettijdperk verandering teweegbrengen. Het onderwerp waar Joost zich nu vooral mee bezig houdt is het aanbod van duurzame eiwitbronnen. Zijn ideaal is een website gedragen door de verschillende stakeholders die bij de eiwitdiscussie betrokken zijn, een site die de feiten over het eiwitvraagstuk helder uiteenzet en die feedback en ideeën vraagt van de bezoekers.
Waar werk je en wat doe je?
Ik ben Joost Reus, werk bij het Ministerie van LNV op het gebied van duurzaam voedsel en houd me vooral bezig met de zogenaamde eiwittransitie. Dat doe ik samen met collega’s van LNV, VROM en OS in het Programma Duurzame Voedselsystemen. We proberen manieren te verzinnen om de wereldbevolking van voldoende eiwit te voorzien, zonder dat dit de draagkracht van de aarde aantast. Dat klinkt heel groot, maar we proberen juist concrete stappen te bedenken die we nu in Nederland kunnen zetten en we proberen het vraagstuk ook internationaal te agenderen.
Op welke manier ben jij actief als ambtenaar 2.0?
Ik ben pas driekwart jaar geleden in aanraking gekomen met ambtenaar 2.0, maar heb toen besloten om er vol in te gaan om uit te proberen wat het me oplevert. Dat begon met een LinkedIn-profiel (en naderhand Hyves en Facebook, maar die gebruik ik meer privé), Twitter en verschillende Ning-sites. Later ben ik nog gaan bloggen op mijn eigen Reuzeblog en op andere sites.
Ik kan wel zeggen dat het mijn wereld enorm heeft vergroot. Via Twitter ben ik bijvoorbeeld mensen op het spoor gekomen die ik op een andere manier niet zo gauw zou hebben ontmoet. De drempel om mensen vervolgens te bellen of te mailen is veel lager geworden. Ik heb er al verschillende keren voordeel van gehad. Bovendien leer je mensen op een andere manier kennen, je weet wat ze bezighoudt, wat hun hobby’s zijn en met welke vragen ze zitten. Als ik ze dan tegenkom, is het net of je elkaar al lang kent en is de communicatie stukken gemakkelijker.
Heb je een voorbeeld uit je eigen werk?
Ik heb verschillende voorbeelden. Op LinkedIn heb ik een groep Duurzaam Voedsel opgericht. Dat had na een paar weken al meer dan 200 leden. Ik kreeg ook direct veel reactie op een discussie-item over het beleid van de Britse regering. Die houdt een internetconsultatie over voedsel en ik vroeg me af of dit ook iets voor de Nederlandse regering zou zijn. Veel van de reacties kon ik goed gebruiken bij het verder uitdenken van het idee. De volgende stap is nu dat ik aan de groep teruggeef wat mijn conclusies zijn en hoe ik er mee verder ga. Ook anderen beginnen actiever te worden binnen de groep. Dat is leuk om te zien.
Een ander voorbeeld heeft te maken met mijn werk als lid van de steunfractie van GroenLinks in de gemeenteraad van Culemborg. Om de raadsvergaderingen beter voor te bereiden heb ik een ning opgezet, waar de meest relevante punten in worden behandeld. In eerste instantie was de ning vooral bedoeld voor (steun)fractie en bestuur, maar we hebben hem onlangs opengesteld voor alle GroenLinks-leden in Culemborg. Zo kunnen mensen reageren op een onderwerp dat hen boeit, zonder alle raadsstukken te hoeven lezen. Ook het verkiezingsprogramma hebben we in een wiki geschreven. Dat was voor veel mensen wel even wennen, maar uiteindelijk ben ik over het resultaat heel tevreden.
Hoe 2.0 is jouw organisatie?
Ons programma heeft zich ten doel gesteld om een voorbeeld te worden van 2.0-werken. Ik heb daar eerder een blog over geschreven. Dat willen we op verschillende manieren doen.
Allereerst willen de onderlinge samenwerking verbeteren. Een voorbeeld laatst was een brainstorm met enkele leden van het programmateam. Een van de teamleden was net uit het ziekenhuis en zat nog thuis. We konden hem inschakelen door met Mindmeister een mindmap te openen en door hem telefonisch te laten meepraten. Ondertussen konden we ook filmpjes aan elkaar laten zien via een groot beeldscherm.
Een ander voorbeeld is dat we stakeholders (bedrijfsleven, NGO’s, onderzoek, overheid) die bij het eiwitvraagstuk zijn betrokken via een besloten ning willen laten samenwerken en kennis willen laten delen. Dat kan een mooie aanvulling zijn op bijeenkomsten waar men elkaar ‘life’ tegenkomt.
Ten slotte, willen we ook met de samenleving de dialoog aangaan over bijvoorbeeld de consumptie van vlees en zuivel. De eerste stap is dat we enkele animatiefilmpjes hierover gaan maken. Mensen kunnen een persoonlijke viral aan elkaar doorsturen die linked naar deze filmpjes. Op die manier proberen we mensen te interesseren voor het onderwerp en ook de kans te geven om hun eigen visie te geven. Dat laatste is natuurlijk pas echt spannend.
Waar zou een 2.0 manier van werken meerwaarde hebben ?
Ik denk dat een 2.0 manier van werken op heel veel plekken meerwaarde kan hebben. Dat kan beginnen met een betere samenwerking binnen je eigen projectgroep of afdeling. Het meest interessant is het als je als ambtenaar veel contacten met de buitenwereld hebt en die buitenwereld ook wilt laten meepraten en –denken over je eigen beleidsterrein. Dat kan soms ook lastig zijn, maar ik denk dat het per saldo je eigen werk verrijkt en het beleid beter maakt.
Welke tip zou je andere ambtenaren 2.0 mee willen geven?
Niet te veel wikken en wegen, maar gewoon gaan doen en al doende leren. En verder het management proberen enthousiast te krijgen door concrete voorbeelden te laten zien wat het nieuwe 2.0-werken voor jou heeft opgeleverd.
(Mogelijk) gerelateerde artikelen:
- Lid van de week 37: Betty Feenstra
- Lid van de week 6: Jeroen Vis
- Lid van de week 40: Gaby Sadowski
- Lid van de week 44: Henri Achterkamp
- Lid van de week: Petra Mesman
{ 0 reacties }

Lees het blog op: 
