Eind september bezocht ik Picnic, een internationaal festival met conferenties en workshops waarbij creatieve conversaties en samenwerking centraal staan. Op de openingsdag was veel aandacht voor de kredietcrisis onder het mom van: ‘Never waste a good crisis’. Bernard Lietaer, schrijver van “The future of Money”, sprak over een vervelend virus dat de wereldeconomie heeft getroffen. Maar enorme problemen betekenen ook automatisch enorme kansen.
Bij geld gaat het om het vertrouwen dat we er in hebben. Zoals je weet is dat momenteel erg laag. Bernard vertelt dat we ons eigenlijk helemaal niet zo bewust zijn van het effect van geld in ons leven. Hij vergelijkt het met een vis in het water.
Een vis heeft niet door welke invloed water op zijn leven heeft, hij is zich daar niet bewust van. Bij ons is dat precies hetzelfde. Wij groeien op met geld, we weten niet beter en daardoor hebben we geen idee welke invloed geld eigenlijk op ons leven heeft. Je kunt momenteel wel stellen dat geld een te grote invloed heeft op onze maatschappij. We moeten een balans vinden tussen het huidige geldsysteem en andere vormen van betaling.
Sociaal kapitaal
Sociaal kapitaal wordt volgens mij daarom de komende jaren steeds belangrijker. Via sociale media kun je gemakkelijk met elkaar in contact komen en netwerken opbouwen. Je kunt anderen eenvoudig helpen zonder dat daar direct iets voor terug wordt verlangd. Dit werkt ook op basis van vertrouwen.
Martijn Aslander werkt op basis van waardebepaling achteraf en legde dat tijdens Amsterdam’s Creative Transmission mooi uit: “Als ik iets geef en ik krijg er niets voor terug, ga ik er per saldo niet op achteruit. Ik heb dan niet meer, maar ook niet minder. Ik sta dan niet -1. Dat is bij geld wel anders. Als ik een ijsje koop, geef ik 2 euro. Ik eet het ijsje op: weg ijsje, weg 2 euro.” Bekijk ook het filmpje over de sociaal kapitaal en de whuffy factor.
Het huidige geldsysteem alleen voldoet niet meer. Sociaal kapitaal kan volgens mij naast het reguliere geldsysteem bestaan. Op Picnic ontmoette ik een aantal enthousiaste creatievelingen die ook op een andere manier waarde creëren dan met geld. Je kunt voor elkaar waarde creëren als je elkaar helpt bij dingen die je niet zelf kunt oplossen, waar je dus hulp van een ander bij nodig hebt. In onderstaand filmpje leggen ze uit hoe “Doe het niet zelf” het werkt.
Sociale media hebben de afgelopen vijf jaar gezorgd voor een sterke daling van de kosten om waardecreatie te organiseren (het credo van Clay Shirky – ‘Here comes everyone‘). Een mooi voorbeeld hiervan is Doe het niet zelf. Door middel van social media ontstaat er een soort ruilhandel die niet meer direct op financiële transacties is gebaseerd. De sociale media inzet is essentieel in dit proces: alleen hierdoor weten allerlei specialisten elkaar heel snel te vinden; en kan men ook de ruilhandel in een wat complexere keten heel snel (binnen een uur) opzetten.
Veel mensen willen de overheid graag willen helpen om problemen op te lossen door een dag een bijdrage te leveren. Door de snelle verspreiding via sociale media kun je veel vrijwilligers tegelijkertijd in beweging krijgen. In Estland hebben ze in 1 dag al het zwerfvuil opgeruimd. In het inspirerende filmpje leggen ze uit hoe ze dat hebben gedaan.
Wat zou er in Nederland gebeuren wanneer de overheid iedereen vraagt om 4 uur mee te helpen met een bepaald probleem? Denk jij dat hier kansen voor de overheid liggen?
- Deze blog kun je ook lezen op Amsterdam 2.0
(Mogelijk) gerelateerde artikelen:
- Interactief wetgevingsproces of toch nog niet helemaal?
- Web 2.0 is niet democratisch
- ‘Burgerinitiatief werkt niet’
- Ik was niet bij The Next Web. Of toch wel?
{ 2 reacties }


{ 1 trackback }
{ 1 reactie }
Hé Kim,
Boeiend stuk! Het zette mij aan tot nadenken over je vragen over toepassing voor en door de overheid. Ik denk dat het een lastig vraagstuk is. De crux zit hem in waardecreatie, wie creërt er nu voor wie waarde en wordt dat ook zo beleefd? In sociale netwerken werkt dat meestal via een individuele behoefte aan waarde, die veelal ook individueel beloond wordt.
Relaties.
Mijzelf beperkend tot de overheid kun je m.i. een aantal relaties definiëren:
- overheid<>maatschappij
- ambtenaar<>maatschappij
- ambtenaar<>burger
- overheid<>burger
(en natuurlijk nog andere kruisbestuivingen, bv. tussen belanghebbenden onderling)
Publiek belang.
Volgens mij heeft de overheid (en haar ambtenaren dus ook) in de regel een publiek belang te vertegenwoordigen (en uit te voeren) dat zich vaak niet of slecht verhoudt tot een individueel belang. De discussie in Ambtenaar 2.0 gaan dan ook vaak over het verschil tussen het belang van ambtenaren en haar werkgever (wat zeg je wel/niet ‘en publique’), maar ook burgers hebben het vaak heel lastig met het definiëren van hun eigen verantwoordelijkheid in de publieke ruimte.
Verwachtingen.
De vraag is natuurlijk of deelnemers aan publiek sociaal kapitaal de verwachtingen ten aanzien van elkaar in rol, verantwoordelijkheid en taakopvatting scherp hebben. Te vaak zien we denk ik nog dat dit niet het geval is: ambtenaren verschuilen zich achter procedures overheid, burgers denken alleen aan hun eigen belang, etc.
Gelukkig laat jij zien dat er ook postieve initiatieven zijn, zoals je voorbeeld uit Estland. Dat zijn voorbeelden zijn er in Nederland gelukkig ook te over. We zouden daar met elkaar eens meer aandacht aan moeten besteden.
Hartelijks,
Bart
Comments on this entry are closed.