Actiepunten voor een overheid 2.0, deel 1: Drie werelden

door Davied van Berlo op 8 augustus 2009

in Onderzoek en visies, Organisatie 2.0, Overheid 2.0

Web 2.0 betekent een fundamentele verandering voor de overheid, stelt TNO. Er worden wat experimenten gestart, maar ondertussen verandert er niet zoveel. Waar zouden we moeten beginnen te bouwen aan een overheid 2.0? Hoe geven we ambtenaren en overheidsorganisaties handvatten om met deze veranderingen van start te gaan? Daarover gaat deze serie blogs met actiepunten voor een overheid 2.0.

Gesprekken. Tussen mensen. Online.

In 1999 werd de Cluetrain Manifesto geschreven door o.a. David Weinberger, ook de schrijver van Eveything is miscellaneous. In 95 thesen wordt uiteengezet wat de impact van internet zal zijn op de economie (de samenleving) en op organisaties. De eerste these luidt: “Markets are conversations.” Conversaties, interacties, gesprekken, dat is waar het om draait.

Clay Shirky onderschrijft dat uitgangspunt in zijn boek Here comes everybody. Mensen zijn sociale wezens en communicatie (gesprekken) is een belangrijk aspect van hoe we die sociale interactie invullen. Gesprekken leiden tot de uitwisseling van kennis en ideeën en tot samenwerking om gezamenlijk iets te bereiken. En internet maakt deze gesprekken makkelijker dan ooit.

Internet is een platform voor gesprekken

Internet bestaat volledig uit gesprekken. In heel abstracte vorm is eigenlijk elke link op een internetpagina een interactie met een andere internetpagina. Daarom telt Google al die verbindingen, zodat ze hun zoekresultaten kunnen verbeteren. Elke link is immers door iemand aangebracht en vertelt dus iets over de pagina daarachter.

Maar internet is ook letterlijk een platform voor gesprekken. E-mailconversaties zijn natuurlijk een duidelijk voorbeeld, maar ook discussies in online forums, weblogs (en eventuele reacties daarop), Twitter, alle gesprekken die worden gevoerd en verbindingen die worden gelegd op netwerksites als Hyves en LinkedIn, filmpjes op YouTube, wiki’s, etc. Internet is één grote conversatie.

Deze gesprekken gaan over alle onderwerpen waar mensen interesse in hebben. Over de meerwaarde van sommige van die gesprekken kun je een mening hebben, maar blijkbaar was die meerwaarde er op dat moment voor die personen. Of je zelf wil deelnemen aan die discussie, dat is je eigen keuze. Maar dat die gesprekken plaatsvinden is een gegeven.

Gesprekken zijn de basis voor kennisuitwisseling, samenwerking en processen

Deze sprekken kunnen allerlei vormen hebben: gesprekken zoals bij de koffieautomaat, maar ook vergaderingen. Gesprekken om gezamenlijk iets te organiseren noemen we samenwerking. Heeft de samenwerking een duidelijke richting, dan heet het een proces. Groepen van mensen (bijv. organisaties) stemmen hun werkzaamheden dus af door middel van gesprekken, en wel in drie vormen:

  • kennisuitwisseling: zelfs vrijblijvende gesprekken zijn een vorm van kennisuitwisseling. Elke interactie bevat informatie en kennis. Niet alleen de inhoud van het gesprek, maar ook tijd en plaats, de vorm, wie de gesprekspartners waren, etc. Uit gesprekken kun je iets leren over meningen, over omstandigheden, over betrokkenen en netwerken, etc. Alles begint met een gesprek;
  • samenwerking: als uit gesprekken en de uitwisseling van kennis en ideeën blijkt dat er een aanleiding is om gezamenlijk iets te organiseren, dan worden activiteiten afgestemd om te komen tot samenwerking. Om een doel te bereiken worden de juiste personen betrokken en afspraken gemaakt over taakverdeling;
  • processen: veel samenwerking is vastgelegd in processen, waarbij min of meer is bepaald welke stappen genomen moeten worden, hoe die genomen moeten worden en met wie. Deze processen zijn gericht op een specifiek einddoel of concreet product. Maar ook deze samenwerking bestaat uit (deels van tevoren afgesproken) interacties, transacties en gesprekken.

Gesprekken, tussen mensen, dat is waar de samenleving en organisaties uit zijn opgebouwd.

Waarom ga ik hier zo uitgebreid op in? Een semantische discussie, kun je zeggen. Maar we moeten terug naar de basis om de maatschappelijke en organisatorische veranderingen die plaatsvinden door internet goed te begrijpen. Internet verandert de aard van gesprekken fundamenteel. En als we daar als overheid op aan willen sluiten, dan moeten we beginnen bij het begin.

De relatie tussen overheid en samenleving op internet

Een betere en efficiëntere overheid moet zich dus richten op betere gesprekken en efficiëntere samenwerking en daar de juiste mensen en de juiste instrumenten bij zoeken. En meer en meer zal dat online zijn: online gesprekken, online samenwerking en online processen, over grenzen van organisaties heen.

Hoewel grenzen op internet lastig te trekken zijn en steeds transparanter worden, ook tussen overheid en samenleving, is het voor het bepalen van de rol van de overheid in deze nieuwe context wel van belang om daar een onderscheid in te maken. John Geraci van O’Reilly, waar ook de term ‘web 2.0′ is bedacht, benoemt vier gebieden waar gesprekken (interactie) plaatsvinden. In zijn woorden:

  1. Government to Citizen (G2C): overheidsinformatie toegankelijk maken voor de samenleving;
  2. Citizen to Government (C2G): mogelijkheden aanbieden voor burgers om ‘terug te praten’;
  3. Citizen to Citizen (C2C): platforms voor burgers om onderling informatie uit te wisselen en samen te werken;
  4. Government to Government (G2G): de uitwisseling van gegevens en informatie tussen overheidsorganisaties.

Een heldere indeling natuurlijk, maar toch wat te beperkt om onze aanpak als overheid in deze nieuwe omstandigheden goed te focussen. Mark Drapeau, onderzoeker bij de universiteit van het Amerikaanse ministerie van Defensie (DoD), onderscheidt ook de richting van de interactie vanuit en binnen de overheid:

  1. Inward sharing, ofwel het delen van informatie binnen het ministerie, zowel operationele kennis en informatie als bedrijfsvoering en samenwerking;

  2. Outward sharing, ofwel het delen van informatie met andere organisaties en personen (het ecosysteem van een organisatie), bijv. andere overheidsorganen en -lagen, politie, relevante bedrijven en maatschappelijke organisaties of invloedrijke personen;
  3. Inbound sharing, ofwel het verzamelen van inbreng van burgers, bijv. actuele meningen peilen over onderwerpen, stemmingen houden of crowdsourcing inzetten (kennis of ideeën van burgers gebruiken);
  4. Outbound sharing, ofwel het communiceren met burgers en ze van informatie voorzien, bijv. multimedia inzetten om kennis en informatie te delen of data online zetten om andere partijen vooruit te helpen.

De blik van Drapeau is meer vanuit een overheidsinstantie, maar ook in deze indeling mis ik iets. Overheidsinstanties lijken van buiten soms op burchten, burgers ervaren het als gesloten organisaties. In geval van een ministerie van Defensie is dat misschien nog wel logisch, maar voor gemeenten, provincies, waterschappen en de meeste andere ministeries is dat minder van toepassing. Die organisaties zouden veel opener kunnen werken.

Tegenstelling tussen overheid en samenleving?

Vanuit de samenleving wordt vaak naar de overheid gekeken als één blok. In werkelijkheid bestaat de overheid natuurlijk uit een veelheid aan organisaties. Maar belangrijker nog: die organisaties bestaan weer gewoon uit mensen. Contact met de overheid betekent uiteindelijk dat je contact hebt met één of meerdere ambtenaren (zie ook Kunnen organisaties twitteren?). Gewone mensen met wie je een gesprek kunt voeren.

Geraci en Drapeau schetsen twee blokken, ‘overheid’ en ’samenleving’, en trekken pijlen met informatiestromen daartussen. Waarom dan toch steeds de nadruk op die scheiding? Daar zijn natuurlijk redenen voor. De hiërarchische en intern gerichte cultuur en de focus van overheidsorganisaties op hun politieke ambtsdragers is daar deels debet aan. Maar minstens zo belangrijk is dat onze gebouwen en ICT-inrichting samenwerking buiten de eigen organisatie belemmeren. Ambtenaren zitten als het ware opgesloten.

Gebouwen kun je verlaten, om de samenleving in te gaan en met iemand af te spreken. En je kunt mensen uitnodigen om in een overheidsgebouw op bezoek te komen. Je moet er wat moeite voor doen, maar het kan allemaal wel. Dat kan met de ICT-omgeving van een organisatie meestal niet, althans tot voor kort. Internet biedt nu de mogelijkheid om via digitale middelen in gesprek te komen met mensen van buiten je organisatie. Een nieuw speelveld ligt open.

Drie online werelden voor gesprekken en samenwerking

Contacten tussen samenleving en overheid, tussen burgers en ambtenaren, zijn er altijd al geweest. Daar is niks raars aan. Enorm veel gesprekken (meestal offline) vinden dagelijks plaats tussen burgers en ambtenaren: gemeenteambtenaren gaan de wijk in, beleidsambtenaren werken samen met vertegenwoordigers van organisaties en bedrijven, mensen aan loketten beantwoorden vragen, etc. Er zijn loketten en postbussen, er zijn participatieprocessen (inspraak) en samenwerkingsverbanden, borrels en feestelijkheden, etc., etc.

Geraci en Drapeau beschrijven dit speelveld in de vorm van informatiestromen tussen overheid en samenleving, danwel binnen de overheid en in de samenleving (op internet). Daarmee benadrukken ze in wezen de tegenstelling daartussen, de tegenstelling tussen burgers en ambtenaren. Ik denk dat dat onnodig is, als niet ongewenst.

Ik denk dat we moeten kijken waar gesprekken plaatsvinden en die ondersteunen.

Vanuit de overheid bezien vinden die gesprekken plaats in drie online werelden, drie verzamelingen van platformen:

  1. In de samenleving. Internet is het participatieplatform voor gesprekken tussen burgers. Mensen praten met elkaar, werken online samen en maken gebruik van processen en transacties via internet. Van discussieforums over files en samenwerking om mobiele dekking in kaart te brengen tot bijvoorbeeld banktransacties;
  2. Voor de overheid. Om de taken van de overheid te vervullen vinden ook allerlei gesprekken plaats: kennisuitwisseling, samenwerking en processen binnen overheden, tussen overheden en met externe partijen en personen die betrokken zijn. Al die partijen vervullen een rol in het laten functioneren van de overheid;
  3. In participatie. Door internet is het makkelijker geworden om overheidstaken in samenwerking met burgers en maatschappelijke organisaties op te pakken. Het agenderen van onderwerpen, het uitwisselen van ideeën, het betrekken van kennis uit de samenleving biedt mogelijkheden voor de overheid om beter en efficiënter te gaan werken.

Het gaat dus niet om het benadrukken van het verschil en de afstand tussen overheid en samenleving. De uitdaging zit juist in het ondersteunen van de interactie daartussen. In elk van deze drie online werelden hebben ambtenaren en overheidsorganisaties een rol te vervullen. Om te luisteren, deel te nemen aan het gesprek, mee te werken aan wat wordt gecreëerd of om juist een platform te bieden om deze gesprekken en samenwerkingen te ondersteunen.

Hoe zien die drie werelden eruit?

De komende tijd zullen overheidsorganisaties die rol in moeten gaan vullen en daar actie op moeten gaan ontplooien. Maar voor ik dieper in ga op de rol van de overheid in deze drie online werelden, zal ik eerst beschrijven hoe deze werelden er nu uit zien. Wat voor platformen zijn er die mensen bij elkaar brengen en gesprekken mogelijk maken? In de samenleving, binnen de overheid en voor participatie?

Een platform is alles wat binnen die drie online werelden het gesprek tussen mensen ondersteunt en stimuleert. Een plat vlak met zo min mogelijk belemmeringen voor interactie en zoveel mogelijk manieren om tot nieuwe verbindingen te komen. Een platform kan allerlei vormen aannemen, als het maar aan die voorwaarde voldoet.

Daar waar gesprekken plaatsvinden is een platform dat die gesprekken ondersteunt.

A. De online wereld van burgers: internet

Voor gesprekken en samenwerking tussen burgers is internet het superplatform. Internet is vrij toegankelijk, er zijn enorm veel mogelijkheden om gesprekken aan te gaan en iedereen kan daar iets ondernemen: open, sociaal en de gebruiker staat centraal (de 2.0-kenmerken). Dat alles met dank aan een enorm aantal sites, bedrijven en instellingen die deze mogelijkheden aanbieden. In diverse vormen, keuze te over. Internet maakt enorm veel nieuwe verbindingen en gesprekken mogelijk.

De kracht van internet is dat de verschillende sites en platformen die worden gebouwd met elkaar in verbinding staan. Dat kan zijn via links, via open standaarden (bijv. rss), via mash-ups (bijv. het embedden van een Google Map), via widgets en andere modules (zie ook Netvibes en iGoogle), via gezamenlijke logins (zoals OpenID en Facebook Connect), etc. Al die verbindingen versterken de platformfunctie en maakt uitwisseling gemakkelijker.

Deze ontwikkeling is voor internetgebruikers niet altijd even zichtbaar, maar het is dus steeds makkelijker om online bij elkaar te komen en het gesprek aan te gaan. Of je een blog start op een platform als Hyves of gebruik maakt van een aparte site als WordPress, het maakt niet uit. Beide bieden rss, de mogelijkheid YouTube-filmpjes te embedden en reactiemogelijkheden. Met een paar keer klikken zet je je verhaal op internet. Het online gesprek wordt steeds laagdrempeliger.

In het boek Ambtenaar 2.0 (hoofdstuk 4) lees je meer hierover.

B. De online wereld voor de overheid ligt grotendeels braak

Op internet zijn voldoende sites en platformen om aan de slag te gaan, maar voor de interne wereld van de overheid is het minder makkelijk om online in contact te komen en gebruik te maken van samenwerkvoorzieningen. Elke organisatie heeft een eigen intranet (of meerdere) en vaak bieden deze niet eens de mogelijkheid om met een aantal mensen bij elkaar te komen, het gesprek aan te gaan en iets op poten te gaan zetten.

Binnen de rijksoverheid is een ‘rijksweb’ ingericht (dit wordt spoedig vervangen door de Digitale Werkplek Rijk, DWR), incl. de mogelijkheid om mensen van buiten uit te nodigen. Maar het aantal belemmeringen om hiermee aan de slag te gaan is enorm (voor een van buiten toegankelijke werkgroep moet zelfs betaald worden). Het richt zich vooral op het uitwisselen van documenten, niet op het voeren van gesprekken of co-creatie.

Voor gesprekken en samenwerking binnen de overheid en met partners (virtuele teams) is dus geen platform en zijn er nauwelijks voorzieningen. De Ideeëncentrale is weliswaar een platform om ideeën uit te wisselen tussen enkele gemeenten en het ministerie van BZK, maar verder helaas gesloten. Een site als Neemtinititief heeft wel een dergelijke platformfunctie en brengt initiatiefnemers uit de hele overheid bij elkaar om ideeën uit te wisselen.

C. Een online wereld voor participatie bouwen

Platformen voor gesprekken en samenwerking hebben op internet een enorme vlucht genomen. Tegelijkertijd is te zien dat de overheid sterk achterloopt om die voordelen en mogelijkheden intern goed in te zetten om beter en efficiënter te gaan werken. Het is zo goed als onmogelijk om binnen de overheid een groep te vormen en een gesprek of samenwerking te beginnen met een paar collega’s en/of partners. Even snel een gesprek bij een virtuele koffieautomaat of in een online vergaderzaaltje is er niet bij.

Eenzelfde achterstand ontstaat nu bij de inzet van internet om het potentieel van de samenleving te benutten. Hoe start je als ambtenaar een online community rond je beleidsthema? Is er een platform om makkelijk een beleidstraject inzichtelijk te maken en mensen daarbij te betrekken? Hoe zet je een ideeënbus op om oplossingen te crowdsourcen voor een maatschappelijk probleem? Waar maak je documenten of data beschikbaar voor de samenleving?

Een paar prille voorbeelden zijn al te noemen. De mogelijkheden van de internetconsultaties rond wetgeving zijn zeer beperkt, maar het is een begin. Vanuit BZK is Overheid 2.0 opgezet, met de mogelijkheid voor ambtenaren om groepen te openen. Ook is er particulier initiatief op dit gebied, zoals Overheidswidgets, Verbeterdebuurt en Jij en de overheid. Het zijn allemaal platformen voor laagdrempeliger contact tussen maatschappij en overheid, tussen burgers en ambtenaren, maar er is op dit gebied nog een lange weg te gaan.

Samenvatting

Internet biedt enorm veel mogelijkheden om als overheid interactiever en efficiënter te gaan werken: door deel te nemen aan wat er gebeurt in de samenleving, voor interne samenwerking en voor het betrekken van burgers bij de taken van de overheid. Op dit moment wordt die rol nog maar zeer spaarzaam ingevuld, op elk van die drie gebieden. De overheid van de 21e eeuw moet daar invulling aan gaan geven. De overheid van deze eeuw is een overheid 2.0.

Voordat ik daar mee verder ga, maak ik even een pas op de plaats om mijn verhaal tot op heden op te sommen. Een puntsgewijze samenvatting:

  • Gesprekken zijn de basis voor menselijke interactie en door internet verandert dit fundamenteel;
  • Gesprekken kunnen de vorm aannemen van kennisuitwisseling, samenwerking of gerichte processen;
  • Daar waar gesprekken plaatsvinden is een platform dat die gesprekken ondersteunt.
  • Vanuit de overheid bezien zijn er drie online werelden waar gesprekken plaatsvinden en waar de overheid een rol in heeft;
  • A. Internet is het platform voor gesprekken in de samenleving en de overheid participeert daarin;
  • B. Efficiëntere samenwerking binnen de overheid en met partners wordt belemmerd door gebrek aan goede platformen;
  • C. Participatie: mogelijkheden om burgers te laten participeren en het potentieel van burgers in te zetten;
  • De overheid heeft behoefte aan een strategie om op deze drie gebieden als een overheid 2.0 te gaan werken.

Inhoudsopgave van de serie:

Interessant? Deel het nu met anderen!
  • Print
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google Bookmarks
  • Blogplay
  • email
  • LinkedIn
  • Live
  • NuJIJ
  • Posterous
  • Twitter

(Mogelijk) gerelateerde artikelen:

  1. Leiderschap 2.0 deel 2. Wat leren we van World of Warcraft?
  2. Actiepunten voor een overheid 2.0, deel 3: Organisatie 2.0
  3. Actiepunten voor een overheid 2.0, deel 4: Participatieplatform
  4. Actiepunten voor een overheid 2.0, deel 2: Op internet
  5. Actiepunten voor een overheid 2.0, deel 5: Een strategie

{ 8 reacties }

{ 2 trackbacks }

Ambtenaar is een gewoon mens zegt de ambtenaar | Ambtenaar
12 augustus 2009 om 10:35
Actiepunten voor een overheid 2.0, deel 2: Op internet — Ambtenaar 2.0
12 augustus 2009 om 20:26

{ 6 reacties }

Ton Bil 8 september 2009 om 22:03

Hell no! Dit stuk neemt als premisse dat de overheid zou moeten aansluiten bij de gesprekken op internet, en zich moet richten op betere gesprekken en efficiëntere samenwerking. (zie zonodig de quotes hieronder die dat illustreren).

Dat wil zeggen: de overheid als een doel op zich. Maar zo kijk ik er als burger echt niet tegenaan. Ik wil een overheid die beslissingen neemt wanneer er tegenstrijdige belangen zijn en er behoefte is aan een gemeenschappelijke uitkomst. Verder niet.

<quote> Internet verandert de aard van gesprekken fundamenteel. En als we daar als overheid op aan willen sluiten, dan moeten we beginnen bij het begin. <unquote> + <quote> Een betere en efficiëntere overheid moet zich dus richten op betere gesprekken en efficiëntere samenwerking en daar de juiste mensen en de juiste instrumenten bij zoeken. <unquote>

Davied 8 september 2009 om 22:47

Ton, hoe zie je dat voor je? Je zegt dat de overheid bij tegenstrijdigheid de knoop moet doorhakken. Hoe gaat dat dan in z’n werk? Een ambtenaar kijkt van een afstand toe en komt plots uit de hemel zeilen met een beslissing? Dat lijkt me niet de bedoeling. Sterker nog, het lijkt me ook niet mogelijk, want meestal is het geen keuze tussen a of b. Het komen tot een afstemming/beslissing/compromis is een proces van gesprekken en samenwerking waarin de overheid, burgers en organisaties allen een rol hebben. Ik zie niet zo goed waar je bezwaar tegen hebt eigenlijk.

Erik Jonker 9 september 2009 om 11:04

@Ton Bil , ik snap je punt maar met betrekking tot die onderdelen waar iedereen een “gemeenschappelijke uitkomst wil ” zeg maar de publieke goederen, is er altijd een flinke discussie. Verder hebben we voor een systeem gekozen waarbij hoe je het ook wendt of keert, de overheid een zelfstandige entiteit is (met alle nadelen die daarbij horen) en niet een fenomeen wat even langs komt als iets gemeenschappelijks nodig is. Dus ja, om de discussie te prikkelen, wij willen een overheid, dat is wel een doel, maar wel een overheid met bepaalde kenmerken en eigenschappen (afhankelijk van je politieke voorkeur), ter ondersteuning van veiligheid en welvaart van de burgers die daarbij horen.

Ton Bil 9 september 2009 om 11:14

@Davied: inderdaad heb ik geen bezwaar tegen wat je daar voorstelt. Wat ik
aandraag is:
* overheid laat zich betrekken als daarom gevraagd wordt (nl. door partijen
met conflicterende belangen en behoefte aan collectieve uitkomst, kortom
regels, toezicht, level playing field, oid) ergo: overheid gaat NIET
“gesprekken” in de samenleving volgen, laat staan leiden of initiren
* overheid is terughoudend in die rol: een centrale overheidstaak is om
zichzelf NIET verantwoordelijk te maken voor de belangen van anderen als dat
de verantwoordelijkheid van betrokken partijen doet afnemen (dit ws ooit
een uitgangspunt van Balkenende, dat hij sindsdien verlaten heeft, zo lijkt
het mij)
* voor alle duidelijkheid: ik spreek hier specifiek over 2de, zo je wilt ook
4de macht; de 3de macht kan dan volgen, de 1ste macht kan die knopen
doorhakken
* termen als “misstanden”, “het kan toch niet zo zijn dat” etc. horen in het
maatschappelijk debat thuis, dus wl in de mond van 1ste macht, niet bij
andere overheidsdienaren
Kortom: een dienende overheid, niet in de rol van “maatschappelijk
hulpverlener”. Dat is een sociaal-liberale opvatting, ben benieuwd of je
mijn bezwaar begrijpt en hoe “ambtenaar 2.0″ zich hierin plaatst. Groet, Ton
Op 8 september 2009 22:48 schreef JS-Kit.com Comments <
js-kit-m2c-3KOEVSO5214FC1SM42I98PJQBO4QGMMOT9HFD2AS946PUKU1RURG@reply.js-kit.com

Remco Kouwenhoven 9 september 2009 om 12:36

De inbreng van Ton en de reacties daarop onderstrepen wat mij betreft nog maar eens dat de ‘overheid 2.0′ discussie niet a-politiek is. Er zijn politieke verschillen van mening over de rol van de overheid, en daarmee ook over de manieren waarop de overheid die rol invult, de instrumenten die de overheid daarbij benut.

Voorbeeld: openheid en transparantie is voor de overheid niet vanzelfsprekend. Een op macht gebaseerd overheidsorgaan zal openheid en transparantie als bedreigend ervaren.

Voorbeeld: e-participatie, een politiek bestuurd overheidsorgaan zal geneigd zijn grenzen aan participatie te stellen. “aan het eind van de dag zijn wij het die de besluiten nemen”. Politieke partijen en hun vertegenwoordigers zullen daar verschillend tegen aan kijken.

Davied 9 september 2009 om 13:33

In aanvulling op wat Erik hieronder al aangeeft (en ook als reactie op Ton dus): zelf zonder de politieke discussie over de rol van de overheid en of die moet veranderen is er nu al een rol voor die overheid en die verandert ook door internet. Je kunt dat gebruiken als aanleiding om de discussie over de rol van de overheid aan te zwengelen, zoals Ton doet. Dat is voor de politiek. Maar sowieso moeten we nadenken hoe we als overheid onze huidige rol invullen in een 2.0-wereld. En die verantwoordelijkheid heb ik al ambtenaar.

Comments on this entry are closed.

Vorig artikel: Spectaculaire afsluiting Geef je buurt een gezicht

Volgend artikel: Start proeftuin Europa 2.0