Volgens Wikipedia zijn de gemeenten de derde bestuurslaag, maar het zijn ook de overheidsorganisaties die het dichtst bij burgers in de buurt zijn. Een grote verantwoordelijkheid dus, maar web 2.0 biedt heel wat mogelijkheden en kansen, zoals al eerder is betoogd. De drempel om te experimenteren is laag en veel van de 441 gemeenten zijn dan ook druk bezig. Wat gebeurt er zoal? En zijn we met de juiste dingen bezig? Bij deze een opsomming. Niet uitputtend, dus aanvullingen zijn welkom!
Wat gebeurt er al?
Zeker sinds de campagne van Obama is web 2.0 hip in de politiek, ook lokaal. Maar we zijn al veel langer bezig natuurlijk. Marije van den Berg, raadslid in Leiden en eerste bloggende politicus in Nederland, is al actief sinds 2002. Ook op Ambtenaar 2.0 zijn al diverse voorbeelden te vinden. Bloggende en twitterende politici zijn ondertussen heel normaal, inclusief wethouders in Tilburg, Zoetermeer en Zaltbommel.
Maar ook vanuit de gemeentelijke organisaties worden de online middelen actief ingezet, zie de twitterpagina’s van de gemeenten Bunschoten, Almere en Leidschendam-Voorburg bijvoorbeeld. Maar web 2.0 gaat over meer dan alleen bloggende politici en twitterende gemeentes. Het gaat niet om de instrumenten, maar over een veranderende rol en functie van de overheid. Hoe gaan gemeenten zich aanpassen aan deze nieuwe omstandigheden, waar ga je in investeren en waar moet je een stap terug doen? Daar zitten de grote vragen.
Dat betekent voor de komende tijd vooral zoeken en uitproberen. Diverse gemeenten zijn al begonnen met projecten en experimenten. En daar kunnen de anderen dan weer van leren!
- Het bekendste voorbeeld is waarschijnlijk Zoetermeer, de eerste gemeenten in de online 3D-wereld Second Life. Uiteindelijk geen succes, maar wel heel leerzaam!
- Ook de gemeente Smallingerland heeft flink de aandacht getrokken, door de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk op een online platform te laten plaatsvinden;
- Dordrecht probeert op eenzelfde manier burgers te betrekken bij een nieuwbouwproject in de wijk Oud-Krispijn;
- In Maastricht werd voor de wijk Caberg-Malpertuis zelfs een online spel ontwikkeld;
- Den Haag betrekt burgers bij nieuwe ideevorming via het platform Achter de duinen;
- En Delft werkt hard aan een online platform (zie ook het filmpje hiernaast).
En zo wordt er hard gewerkt aan nieuwe sites en virtuele gemeentehuizen. Allemaal bedoeld om de online inwoners naar de gemeente te trekken. Maar waarom moet de burger naar de gemeente komen? Waarom gaat de gemeente niet naar de plekken waar online burgers al samenkomen? Dat was de conclusie ook van de gemeente Alphen aan den Rijn, toen ze probeerde om jongeren te bereiken. Over dat en meer voorbeelden, lees dit artikel in rePublic!
Praten over gemeente 2.0
Net zo goed als andere burgers online bij elkaar komen om zaken te bespreken, doen ook ambtenaren dat. Nog niet zozeer op gemeente.nu, Binnenlands Bestuur of Digitaal Bestuur, maar er vormen zich nieuwe plekken. Op Ambtenaar 2.0 natuurlijk, waar bijv. de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Groningen een eigen groep hebben, maar ook kleinere gemeenten als Best en Aa en Hunze. En er worden ervaringen uitgewisseld, zoals door Petra in Enkhuizen en Jeannot in Leiden.
Maar vergeet ook LinkedIn niet. Als je gaat zoeken naar groepen met het woord ‘gemeente’ in de beschrijving kom je op ruim 200 resultaten! Een enorm kennispotentieel waar je als ambtenaar gebruik van kan maken. Er is ook een groep Gemeente 2.0, maar die is nog wat minder actief. Idem voor de site Gemeente 2.0. Een van de meest succesvolle voorbeelden blijft overigens Pianoo.nl, het online netwerk over inkopers en aanbesteders bij de overheid.
Ook vanuit de rijksoverheid wordt ondersteuning gegeven. Diverse voorbeelden van e-participatie zijn te vinden op eParticipatie.nl en BurgerLink organiseert bijeenkomsten en steunt projecten. Het ministerie van BZK bouwt aan een platform dat ook door gemeenten gebruikt kan worden:

Waar te beginnen?
Voorbeelden genoeg dus, van klein tot groot. Maar waar te beginnen? Je staat er in ieder geval niet alleen voor: we worstelen allemaal met deze vragen. Je kunt natuurlijk beginnen met inlezen, maar je kunt ook een specifieke vraag stellen op Ambtenaar 2.0. Er zijn altijd wel mensen met relevante ervaringen die je verder kunnen helpen.
Maar bij deze ook een aantal richtsnoeren bij het bepalen van je aanpak:
1. Begin intern
Veel van de voorbeelden hierboven zijn gericht op de buitenwereld, op de burger. Daar doen we het uiteindelijk voor. Maar daardoor is het ook direct menens. Externe experimenten zijn nodig, maar vergeet ook niet intern de mogelijkheden van 2.0 in te zetten. Door te groeien naar een organisatie 2.0 kan het potentieel binnen de eigen organisatie efficiënter worden ingezet. Maar door de verandering te beginnen binnen de eigen organisatie leer je ook zelf omgaan met de nieuwe instrumenten en met de nieuwe cultuur van openheid, interactie en samenwerking. Intern oefenen met werken 2.0 en aldus ervaring opdoen.
Aansluitend: investeer in je medewerkers, want zij moeten het gaan doen en daar moeten de ideeën en initiatieven vandaan komen. Dat kan door middel van cursussen, door ruimte te bieden aan initiatiefrijke medewerkers, door dilemma’s bespreekbaar te maken (zie ook de Handreiking), door managers bekend te maken met leiderschap 2.0, etc. Om aansluiting te houden bij de ontwikkelingen moeten we alle zeilen bijzetten en alle hens aan dek.
2. Breng in kaart waar het gebeurt
Mensen zijn online en zoeken elkaar op. Dat is de essentie van web 2.0. Dat geldt dus ook voor de inwoners van jouw gemeente. Maar de volgende vraag is: waar zitten ze dan? Dat kan zijn op BuurtLink, waar informatie en oproepen per postcodegebied bij elkaar worden gebracht. En de meeste wijkverenigingen hebben ook een site tegenwoordig. Maar er zijn ook sites voor jongeren en ouderen, per school en vereniging. In Hyves kun je naar een groep van Leeuwarden, ’s-Gravenzande of Rheden, maar in bijv. Velp zijn groepen voor alle inwoners, voor Velp en omstreken, voor het Groenhorst College, de Sportclub Velp en Dansatelier Velp.
Niet op al die plekken is evenveel te doen natuurlijk. Maar het open karakter van het web maakt het mogelijk om zo in beeld te brengen waar de dynamiek zit en wie de smaakmakers zijn, de bloggers en actievelingen. Door deze groepen en mensen te volgen ontstaat een beter beeld van wat er speelt in de stad en op het moment dat je deel wil nemen weet je waar je moet zijn.
3. Maak zichtbaar waar je zelf mee bezig bent
Het bruist dus van de activiteit online, ook op de werkterreinen waar je als gemeente actief bent. Maar vaak gebeurt dat nog langs elkaar heen, omdat ambtenaren geen weet hebben van de discussies online maar ook omdat burgers geen zicht hebben op de ontwikkelingen binnen de gemeentelijke organisatie. Door overheidsinformatie online beschikbaar te stellen kunnen burgers beter aansluiten op die ontwikkelingen en zelfs kunnen met overheidsdata nieuwe sites en applicaties gebouwd worden. Op je eigen site kun je vervolgens een overzicht plaatsen van je online activiteiten, zoals hier in Massachusetts.
Ambtenaren en overheden hebben veel kennis en informatie die relevant is voor burgers. Hoe maken we dat zichtbaar? Dat kan een wijkmanager zijn die met z’n mobiele telefoon een bericht twittert dat vervolgens zichtbaar wordt op de site van een wijkvereniging. Of informatie vanuit de gemeenteraad: van raadsstukken tot stemgedrag (doet jouw gemeente al mee aan Watstemtmijnraad.nl?). Of de vergunningendatabank die dan bijv. via een initiatief als Vergunningenkaart toegankelijk kan worden gemaakt. Maak die kennis van je organisatie zichtbaar en herbruikbaar (ja, ook die inventarisatie waar ik het hierboven over had), dan kunnen anderen ermee verder.
4. Wees aanwezig op drukke plekken
Indachtig het voorbeeld van Alphen aan den Rijn in het artikel in rePublic herhaal ik hier nog even één van de stelregels van de spoof-site Overheid 1.7: “Ga die volle kroeg in, open niet zelf een lege.” We zagen hierboven al een lange lijst met nieuwe overheidssites. Die kunnen er weliswaar heel 2.0 uit zien, maar je verwacht nog steeds dat mensen zich aanpassen aan de overheid. Terwijl het toch de overheid moet zijn die ondersteunend is aan wat gebeurt in de samenleving. Op een gegeven moment moeten we de deur uit.
De eerste drie punten hierboven waren allemaal redelijk ‘veilig’: over interactie tussen burgers en ambtenaren hebben we het eigenlijk nog niet gehad. Maar net als de wijkmanager de wijk in gaat, moeten alle ambtenaren ‘de straat op’. Een mooi voorbeeld is deze anekdote uit Oss. Het is nogal wat om zomaar als ambtenaar een ‘online jeugdhonk’ binnen te stappen, maar dat was wel wat nodig was op dat moment. Niet alleen is de oplossing dichterbij gekomen, er is ook betrokkenheid getoond. Volgens mij twee zaken die men van een overheid verwacht.
5. Breng gezamenlijkheid in beleidsontwikkeling en uitvoering
Er wordt al veel gedaan aan interactieve beleidsvorming, inspraak en participatie. Vaak is dat op basis van wettelijke regelingen en gericht op vertegenwoordiging en draagvlak. Ook op dat vlak is het aantal mogelijkheden door web 2.0 enorm veel groter geworden. Een aantal mogelijkheden:
- Het betrekken van burgers bij beleidstrajecten kan via internet breder en laagdrempeliger worden georganiseerd. Bekijk de voorbeelden van online consultatie in Freiburg (Duitsland) en Wellington (Nieuw-Zeeland) maar eens;
- Burgers hebben kennis en ideeën waar de overheid iets mee kan (crowdsourcing), hoe ga je dat potentieel inzetten? Hoe kun je die mensen bereiken en die kennis en ideeën oogsten. Amsterdam had dit idee bijvoorbeeld;
- Maar een initiatief hoeft niet altijd vanuit de gemeente te komen. Burger kunnen zelf met ideeën komen en daar steun voor vergaren, bijv. via Petities.nl. Dat kun je zo inzetten op de gemeentelijke website!
- Een voorbeeld uit de uitvoering: Verbeterdebuurt.nl. Is er iets mis in de openbare ruimte (lantaarn kapot, graffiti, rommel), dan kan iedereen op deze site het probleem melden en de gemeente ontvangt een seintje. Klaar om te gebruiken.
Kortom, het hoeft niet altijd te gaan om inspraak en vertegenwoordiging. Het gaat erom de potentie van zowel burgers als ambtenaren in de juiste samenhang worden ingezet. Dat is efficiënt werken en daar ontstaat draagvlak mee.
Creëer geen site maar een platform
Ik waarschuwde hierboven al voor het beginnen van een eigen site als de dynamiek al ergens anders is. Een internetsite van de overheid lijkt al snel op een overheidsgebouw: je komt er niet in en het is onduidelijk wat er binnen gebeurt. Maar soms kan het handig zijn om zelf een online omgeving te creëren, bijv. als die er nog niet is of als die ongeschikt is om je doel te bereiken (zie de voorbeelden van Wellington en Freiburg).
Maar hoe zorg je ervoor dat het geen gesloten gebouw wordt? Op internet bestaan geen grenzen, mensen en informatie komen bij elkaar rond een thema. Ook een gemeente kan rond lokale thema’s zo’n platform bouwen, maar alleen als het een open platform wordt. Zie bijv. hoe Breda, Den Haag en Groningen daarmee bezig zijn. Enkele interessante ideeën en concepten hiervoor (en discussies erover) zijn te lezen in dit weblog op Verse Overheid.
Aanvullingen? Meld ze hieronder!
Met 441 actieve gemeenten in Nederland is dit geen uitputtend overzicht. Er is nog veel meer te leren uit voorbeelden, experimenten, best practices, worst practices, etc., etc. Ik hoop dan ook dat je jouw voorbeelden hieronder kunt aanvullen (eventueel met links)!
Maar je mag ook op de inhoud reageren natuurlijk. Zijn dit goede stappen op weg naar gemeente 2.0? Of moeten we dat anders aanvliegen. Benieuwd naar je mening!
(Mogelijk) gerelateerde artikelen:
- Open Innovatie bij de gemeente Amsterdam
- Open Koffie over ‘Samenspraak’ door de Gemeente Den Haag
- Verbeterdebuurt.nl is gestart. Doet jouw gemeente mee?
- Wat doet een gemeente eigenlijk voor mij?
- Op naar Europa 2.0 bij de gemeente Amsterdam
{ 9 reacties }


{ 1 trackback }
{ 8 reacties }
De site alphen.nu ziet er echt goed uit! Maar mooier nog: hij wordt bijgehouden door de jongeren zelf. Crux zit hem (denk ik)in het feit dat het niet een initiatief van de gemeente is. In Oss hebben we wel eens de fout gemaakt dat we (gemeente) zelf met jongeren aan de slag zijn gegaan met een site voor en door jongeren. Dat werkt niet. Weinig bezoekers, slechte content (jongeren gingen ineens denken als ambtenaar en kwamen met stoffige ideeen etc) Dus gemeente Alphen mag in zijn handen knijpen met dit initiatief van buitenaf. Prima plek om te monitoren wat er speelt onder hun jeugd! Les voor ons: neem niet zelf als gemeente het initiatief, maar maak het (dmv startsubsidies etc) mogelijk dat de markt het oppikt. Er gebeurt al zoveel op internet dat zelf een nieuw platform creeeren bijna alitjd gedoemd is te mislukken; vooral als het voor jongeren bedoeld is. Die hebben immers vaak al een profiel op meerdere community’s en zitten echt niet te wachten op een nieuw platform.
Is er eigenlijk nog geen website/platform voor leiderschap2.0 of manager2.0?
Het twitter-account culemborg is niet van de gemeente, maar van een actieve burger (ik niet, hoor). De gemeente is niet zo actief.
Dank, ik neem een andere dan
Niet echt een community nee (behalve http://www.linkedin.com/groups?gid=3216). Daar is best behoefte aan overigens, ook in NL. Misschien iets voor De Baak.
Wel wat leesvoer nog:
http://www.werken20.nl/archief/Werknemer_2.0/2009/3/19/Leiderschap_2.0
Mooi overzicht Davied.
Ik mis een belangrijke aanbeveling: zorg voor het digitaliseren van je informatiehuishouding. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar mijn ervaring is dat het in de praktijk niet zo vanzelfsprekend blijkt te zijn. Zonder digitale informatiehuishouding blijft het aanmodderen op internet.
Oja, dat had je me in Zoetermeer al ingeprent!
Dank voor de aanvulling!
Fraper toujour!
Comments on this entry are closed.