Zes trends voor een overheid 2.0

door Davied van Berlo op 17 juni 2009

in Onderzoek en visies, Organisatie 2.0, Overheid 2.0, Web 2.0

Internet heeft een groeiend effect op de samenleving. De online wereld wordt naadloos geïntegreerd in ons dagelijkse bestaan. Daardoor zijn er allerlei nieuwe dingen mogelijk. Er gaat een nieuwe wereld open. De samenleving verandert en ons gedrag verandert mee. Online trends worden uiteindelijk dus maatschappelijke trends. Daar moeten we als overheid op anticiperen. Hoe kunnen we de overheid daar op inrichten? Hieronder beschrijf ik kort zes trends. De komende tijd zal ik per trend de gevolgen voor de overheid en voor ambtenaren gaan uitwerken.

Een van de aanleidingen om te beginnen met Ambtenaar 2.0 was het boek Digitale Generatie, van Chris van ‘t Hof (Rathenau Instituut). Daarin wordt beschreven wat het gebruik van MSN, etc. door jongeren betekent voor hun vriendschappen, hun meningsvorming en hoe ze leren. Door het gebruik van nieuwe technologische middelen verandert de levenswijze van jongeren, zo stelde het rapport. En als die levenswijze verandert, dan moet het onderwijs daar rekening mee houden.

Maar deze verandering geldt niet alleen voor jongeren en het onderwijs. Nu bijna de gehele bevolking regelmatig online is kan worden gesproken van een brede maatschappelijke verandering. Burgers en bedrijven ontdekken de mogelijkheden van het sociale en interactieve web en experimenteren met nieuwe toepassingen. Er worden nieuwe concepten, visies en werkwijzen ontwikkeld, die ook ingezet kunnen worden door de overheid. Dat roept verwachtingen op.

Om in te kunnen spelen op die ontwikkelingen moeten we leren te begrijpen wat de kenmerken zijn van die verandering, de kenmerken van web 2.0 dus. Een groot deel van deze veranderingen heeft immers online wortels. Door te kijken naar de werking van en ontwikkelingen op internet kunnen we zicht krijgen op de veranderingen in de samenleving en daar rekening mee houden in onze beslissingen. Op die manier zijn zes trends te onderscheiden:

Trend 1: Grenzen vervagen

Grenzen ontstaan vaak waar al eerder barrières bestonden, of het nu ging om geografische, culturele of organisatorische barrières. Internet zorgt er op sommige punten voor dat die barrières minder bepalend worden: afstanden kunnen makkelijker worden overbrugd, informatie en kennis breder en sneller verspreid en er worden nieuwe samenwerkings- en organisatievormen zichtbaar. Het nieuwe loket is een mash-up van verschillende aanbieders.

Die veranderingen hebben effect op hoe grenzen lopen: tussen mensen, groepen en organisaties. Grenzen tussen wat binnen is en wat buiten, wie bij een groep hoort en wie niet, wat werk is en wat privé. Veel van die grenzen zijn ondertussen geïnstitutionaliseerd, in organisaties, gebouwen, regels, etc. Hoe gaan we om met die verschuivingen? Welke nieuwe grenzen gaan ontstaan en waar worden die zichtbaar?

Trend 2: De verniching van de samenleving

Ook de grenzen van groepen worden dus diffuser. Mensen blijven op zoek naar sociale verbanden, maar ze zoeken een nauwere aansluiting bij persoonlijke interesses en de deelname verschilt sterk in duur en intensiteit. Het vormen en vinden van online groepen is zo gemakkelijk dat voor elke interesse en of elk doel wel een groep gelijkgestemden te vinden is (The Long Tail). Op basis van eigen keuzes stelt ieder zijn individuele sociale palet samen.

De samenleving is versnipperd in individuen en kleine groepen die door de techniek in staat zijn gesteld om zichzelf laagdrempelig te organiseren. Zij verwachten op maat en persoonlijk geïnformeerd en benaderd te worden. Ook een overheidssite is maar één site temidden van miljarden. Om al deze niches te bereiken moet je als organisatie ook versnipperen en je laten verspreiden via deze netwerken. Steeds weer opnieuw, in kleine stukjes. Think distributed!

Trend 3: Hier en nu

Mensen zijn online, ze voeren gesprekken, ze werken samen. Internet gaat niet om informatie, het gaat om leven en werken. Life is live. Internet is niet begrensd door tijd en plaats, het gaat altijd door, real time. Net als het leven dus. Je kunt Wikipedia nu aanpassen. Ga zoeken op Twitter en zie wat mensen op dit moment denken, doen en bespreken. Aanwezig zijn in en samenwerken met netwerken is constant, niet alleen tussen negen en vijf.

Deze ontwikkeling wordt versterkt door de groei van mobiel internet. Foto’s  en filmpjes van rampen en ander groot of klein nieuws gaan razendsnel de wereld rond en dankzij een GPS-ontvanger is ook de locatie meteen bekend. Via Google Latitude kun je zelfs je eigen locatie delen met vrienden. Op basis van die locatie kunnen ook diensten worden ontvangen en zelfs zichtbaar gemaakt (in Google Streetview), bijv. de volgende tram die men kan nemen, of de dichtstbijzijnde pizzeria. Staan overheidsdiensten daar ook bij?

Trend 4: Overheid als platform

Internet is een platform: het is open, anderen kunnen er op verder bouwen en het is een enabler voor nieuwe initiatieven en innovaties. Een rol die ook de overheid op heel veel vlakken (hoewel niet alle) kan spelen. Geef mensen de middelen om zich te organiseren en laat het ontstaan. Er zijn wat spelregels nodig om alles goed te laten verlopen, maar verder moet je er niet tussen willen staan. Pas dan kunnen nieuwe verbindingen ontstaan tussen mensen en groepen.

Dat vraagt wel om een helder beeld van de eigen positie en rol van de overheid. Waarvoor wil je een platform zijn? En krijg je die rol ook van de samenleving? De overheid als platform om maatschappelijke partijen en belangen bij elkaar te brengen en tot besluitvorming te laten komen. Om innovatie en groei te stimuleren. Om de beste oplossing te vinden. En de overheid levert daarbij de benodigde voorzieningen: een platform, een locatie, financiering, kennis en data (Open Overheid), contacten, etc.

Trend 5: Openheid als norm

Op internet is openheid de norm. Openheid maakt vinden mogelijk, maakt verbindingen mogelijk, maakt samenwerking mogelijk. Intern en extern. Het is een voorwaarde voor co-creatie en crowdsourcing. Door overheidsinformatie beschikbaar te stellen kunnen anderen deelnemen aan een proces of discussie. Of men kan voortbouwen op overheidsinformatie en er nieuwe diensten mee ontwikkelen. Op die manier wordt het potentieel vollediger benut, misschien wel op onvoorziene manieren.

Vanuit de samenleving is een verwachting van openheid, van betrokken worden. Bedrijven geven daarin het voorbeeld. Het roept de vraag op waar de nieuwe grenzen van openheid liggen. Wat moet er nog wel in beslotenheid besproken en uitgevoerd worden? En met welke argumenten gaan we die nieuwe begrenzen bepleiten (privacy, risicoberoepen, onderhandelingsstrategieën)? Met openbaarheid als norm, wat moet er dan echt besloten blijven?

Trend 6: Alles beta

Als overheid zijn we gewend om degelijk werk af te leveren. Om pas te publiceren als alle vragen beantwoord zijn en alle aspecten behandeld. Dat zorgt echter voor vertraging: alle mogelijkheden moet immers van tevoren uitgezocht worden, alle relevante personen betrokken. Het zijn langdurige en complexe processen. In een samenleving die steeds complexer wordt en steeds sneller verandert duurt dat resultaat soms te lang.

Op internet wordt vaak software online gezet die wel werkt, maar nog niet klaar is (een beta). Op basis van gebruikerservaringen wordt het product voortdurend aangepast en verbeterd. Een wiki doet hetzelfde voor documenten. Door open te werken kunnen constant verbeteringen en aanvullingen worden toegevoegd en kan sneller en flexibeler gewerkt worden. Zo kan je werk in de pas blijven lopen met actuele ontwikkelingen.

Vooruitblik

De internetsites van de overheid bevatten eigenlijk informatie over waar we als overheid voorheen mee bezig waren, niet waar we nu mee bezig zijn. Met blogs werkt het anders. Deze blog is ook geen passief document,  maar een gesprek. Ik heb zes trends uiteengezet. Het is aan jullie om daar commentaar op te hebben, er invulling aan te geven of met voorbeelden te komen. Het proces is onderdeel van het product.

Op basis van jullie reacties en andere inzichten waar ik tegenaan loop wil ik deze zes trends de komende tijd verder uitwerken. Zo gaan we het gesprek aan. Jullie bijdragen zijn daarbij nodig. Op die manier ontstaat een nieuwe visie op een interactieve overheid.

Interessant? Deel het nu met anderen!
  • Print
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google Bookmarks
  • Blogplay
  • email
  • LinkedIn
  • Live
  • NuJIJ
  • Posterous
  • Twitter

(Mogelijk) gerelateerde artikelen:

  1. Australië kiest voor overheid 2.0
  2. De appstore voor de overheid?
  3. Actiepunten voor een overheid 2.0, deel 1: Drie werelden
  4. Actiepunten voor een overheid 2.0, deel 2: Op internet
  5. Actiepunten voor een overheid 2.0, deel 5: Een strategie

{ 21 reacties }

{ 21 reacties }

Jacqueline van der Laan 17 juni 2009 om 21:10

Trend 4: Waarom zou de overheid naast Internet een platform moeten zijn? Is de overheid niet een van de spelers? Moet de overheid zich hierin centraal stellen? Overheid moet misschien wel een rol spelen in het oppikken en op de agenda zetten van signalen uit de samenleving.
Maar misschien bedoel je wel dat het oppikken van de signalen zit in het aanwezig zijn van de overheid in de niches. Want Trend 2 ben ik het absoluut mee eens.

Edwin Stauthamer 17 juni 2009 om 21:10

Onder “alles beta” staat de zin “Een wiki doet hetzelfde voor documenten”. Een Wiki is echter geen hulpmiddel om samen documenten te maken. Een Wiki is bedoeld om INFORMATIE te delen en te verzamelen door kleine samenhangende beschrijvingen van onderwerpen te maken en daarbinnen te verwijzen naar beschrijvingen van andere onderwerpen zonder die beschrijving dubbel op te nemen.
De documentgerichte benadering sluit niet aan bij de functionaliteit die een Wiki ondersteunt.
Wat jij bedoelt kan een online “Samenwerkomgeving” (Collaboration) zijn of een hulpmiddel om inderdaad gezamenlijk aan “documenten” te werken zoals Google Docs (voormalig Writely) dit ondersteunt. Het is wel zo dat de technologie achter een wiki en het gemak waarmee online content kan worden gewijzigd ertoe leidt dat de Wiki-toepassing wordt ingezet voor de verkeerde dingen, zoals het opzetten van een intranet of een andere hiërarchische verzameling van informatie…
Te vaak worden “Web 2.0″ hulpmiddelen ingezet om dingen te doen die je er beter niet mee kunt doen. Het vergt ervaring en deskundigheid om de beschikbare hulpmiddelen in een optimale mix in te zetten.

Davied van Berlo 17 juni 2009 om 21:27

Dag Jacqueline,

ik ga het allemaal nog verder uitwerken natuurlijk, maar met de overheid als platform doel ik ook op de rol van de overheid als ‘enabler’, als partij die groepen samenbrengt en daar mogelijkheden voor biedt. Of een platform waar anderen op verder kunnen bouwen, zoals Open Overheid (overheidsdata). Kortom, de overheid schept dan een omgeving/situatie (met voorzieningen of ondersteuning) waardoor mensen of groepen in de samenleving ‘hun ding kunnen doen’.

Davied van Berlo 17 juni 2009 om 21:31

Ik zie het probleem niet zo van mijn definitie van een wiki. Waarom zou je niet samen aan een document of kennisvoorziening (bekendste voorbeeld, een encyclopedie) kunnen werken?

Hoe dan ook, waar het om gaat is dat je een open proces creëert waarbij het mogelijk is voor anderen om een bijdrage te leveren als ze dat waardevol achten. Wijzelf doen dat in een wiki (werkplaats.ambtenaar20.nl) en dat werkt prima.

Taco Meeuwsen 17 juni 2009 om 21:54

Zo maar wat gedachten bij wat je signaleert. Het fenomeen van open-sourcing and crowd sourcing wordt door de overheid nog veel te weinig gebruikt en begrepen. Ik vrees ook dat het als bedreigend wordt ervaren. Er is veel papieren bla bla in overheidsland over burgerparticipatie maar de 2.0 tools die dat echt 24/7 mogelijk zouden maken worden nog met te veel achterdocht bekeken.
Waar echt de bezem door moet, dat is naar mijn mening het voorlichtingsbolwerk in overheidsland. Ambtenaren die sleetse persberichten pennen en duffe sites volproppen.
Bloggen wordt als prematuur en risicovol ervaren en kom je eens met een snel opgezette blog die bij de zoekmachines meteen op de eerste pagina prijkt, dan duurt het maanden voor de ambtelijke besluitvorming groen licht geeft (aan wat inmiddels oud nieuws is).
Nog een overpeinzing. Niet te veel jubelen over de sociale netwerken op het internet. Er is nog altijd een indrukwekkende kloof tussen de have’s and havenots. Ik zie vooral een faciliterende rol voor overheden als het gaat om de digitalisering van bevolkingsgroepen die het domweg onmogelijk kunnen betalen.
Er zijn indrukwekkende dingen te doen op het gebied van samen-netwerken op het net, van open-sourcing en van crowdsourcing, maar laten we de crowd die feitelijk een incrowd is niet kritiekloos model laten staan voor een twitterende toekomst.
En laten we ook oppassen dat de profileringszucht van de Nederlandse ‘hivemind’ niet model gaat staan voor wat ook wel de people’s content wordt genoemd. Een overheid is er ook voor diegenen die geen 1463 vrienden of Facebook hebben.
Nog een gedachte. Web 2.0 tools zouden ambtelijke organisaties in de diverse overheden van dit land om te beginnen eens hartstochtelijk moeten gaan linken. NIA/TNO doet sedert enkele jaren onderzoek naar de Werknemer 2.0 en daar zijn interessante bevindingen te halen. Door de nieuwe generatie medewerkers de tools te verschaffen die zij nodig hebben om hun informele netwerken ook in ambtelijke kringen vrucht te laten dragen, voorkomt de overheid een voortdurende kennisvlucht en slagen we erin te globaliseren op nationale schaal. Meedenkers uit alle windhoeken verenigt u – of riekt dat naar pda-socialisme?
Nog een gedachte. Hoe zit het met de old-boys-netwerken en hun digitale achterstand of het ‘glazen plafond’ voor loopbaan georiënteerde vrouwen in semi-topfuncties?
Afijn, wat een vertelstof allemaal.

Bernard Verlaan 18 juni 2009 om 09:16

Hi Davied, Jacqeuline,
in aanvulling op J, zie ik trend 1 (Grenzen vervagen) als strijdig met trend 4 (overheid als platform). Als de grenzen vervagen, staat er ook geen hekje rond overheid.
Nu verwacht ik niet dat de overheid 2.0 zal gaan; de vigerende bedrijfscultuur zal er voor zorgen dat we onszelf braaf bezighouden en isoleren met ’sleetse’ en ‘duffe’ -vooral interne- briefjes voor de verschillende bovenbazen ‘in de lijn’ richting Minister, TK of publieksvoorlichting cq websites. Binnen diezelfde bedrijfscultuur hoor ik (in aanloop naar taakstellingen) ook steeds vaker intern het geluid dat alleen mensen die niks te doen hebben zich bezighouden met 2.0 zaken zoals twitter, weblogs. Zoals dat ook gezegd wordt van mensen die tijd besteden aan bepaalde 1.0 zaken zoals (beleids)tijdsschriften, dagbladen en de vele gespecialiseerde nieuwsbrieven die er zijn.
Kortom Davied, je hebt een mooi onderwerp voor een volgende boek te pakken (ik zie er naar uit). Ik zou je willen adviseren om de trends als spanningsrelaties te herformuleren want zelf bespeur ik ook een neo-conservatieve trend van ‘terug naar 1.0′ (van de 19e eeuw).

Davied van Berlo 19 juni 2009 om 10:07

Taco, je hebt nog heel wat blogs in je …

Goede punten allemaal, dank. Volgende keer wel gedachtenstreepjes gebruiken, dat maakt het toegankelijker ;-)

Monique 19 juni 2009 om 14:06

Ik mis een trend in de dienstverlening: overheid die de burger opzoekt (volle café ipv lege café), pro-actieve dienstverlening op basis van al bekende klanten-informatie, betere aansluiting bij behoefte van de klant, in de dienstverlening optreden als één overheid (klant mag geen last hebben van versnippering in de overheidsketen) etc.
Of vind je deze trend niet passen in overheid2.0?

Davied van Berlo 19 juni 2009 om 15:41

Monique, je geeft een heel goed voorbeeld (geen trend dus) van hoe een overheid 2.0 zich zou moeten gedragen. Bij de uitwerking komt dat zeker terug. Daaraan ten grondslag liggen enkele trends, met name trends 1 en 2.

Taco Meeuwsen 19 juni 2009 om 17:59

Gedachtestreepje -
Ik las ineens in je tweede trend de ‘vernichting’ van de samenleving. Niet dus. Maar ik moest wel onwillekeurig denken aan de term de ‘verwijving’ van de samenleving en wat Beatrijs Ritsema daarover (o.a. op ‘Moderne Manieren’ – http://www.beatrijs.com/ en in talkshows) op gender-onverdachte wijze wist op te merken. Over trends gesproken.
Gedachtestreepje -
De discussie over de overheid als getrouwe weerspiegeling van de samenleving wordt in overheidslagen nog druk gevoerd, niet gehinderd door het inzicht dat er iets helemaal mis is met die krampachtige weerspiegeling.

Mattijs Tiggeler 23 juni 2009 om 11:34

Ik denk dat de belangrijkste constatering van ‘Alles bèta’ is, dat na burgers nu ook overheden van taakgericht werken naar procesgericht werken gaan. Met zijn allen werken aan een onderwerp is alleen maar bevordelijk voor het proces. Of dit nu via een Wiki is of via een website in Bèta waarbij input van gebruikerservaringen wenselijk zijn.

Davied van Berlo 24 juni 2009 om 09:44

Goede constatering, dank!

Hugo van der Zalm 24 juni 2009 om 09:49

Edwin,

Een van de voorwaarden voor innovatie is het buiten de gebaande paden durven denken. Hiermee zeg ik niets nieuws natuurlijk. Maar om die reden zou ik je opmerking willen nuanceren.
Als je bedoeld dat er (gebruiks) problemen ontstaan door een wiki anders te gebruiken dan waarvoor bedoeld, ben ik het met je eens. Je moet steeds blijven nadenken natuurlijk. En oplossingen bedenken voor problemen die je tegenkomt. Het feit dat iemand (of beter een grote groep mensen) technologie anders gebruiken dan bedoeld, juich ik echter alleen maar toe.
Als je met je opmerking suggereert dat er betere oplossingen voor samen werken bestaan dan een wiki … Dan ben ik natuurlijk erg nieuwsgierig.

Hugo van der Zalm 24 juni 2009 om 10:30

Hoi Taco,

Ik begrijp dat je de trend “verniching” niet onderschrijft ? Persoonlijk doe ik dat wel . Al moet je er de opmerking bij maken dat mensen wel snel van niche (kunnen) wijzigen. Ik lees deze trend als: Je bent als individue niet meer verplicht een keuze te maken uit een beperkt aantal clubs (met vaststaande regels, onderwerpen en standpunten) waar je bij kunt horen. Je kiest vandaag de ene en morgen weer en andere (die net iets beter voldoet). Of je blijft en wordt een zeer actief lid van de club. Verniching is dus niet dat je je als persoon beperkt tot een onderwerp (al kan dat wel natuurlijk) maar de onderwerpen op zelf beperken zich (one-issue-verenigingen). En daar kies je er als persoon dan weer een heleboel van. De ene actief en voor een lange tijd, vele anderen maar voor even (maar soms erg intensief ?).

Hugo van der Zalm 24 juni 2009 om 10:43

Net voor de tweede keer dit artikel gelezen en nog steeds onder de indruk. Ik weet niet of dit alle trends zijn maar ze zijn in ieder geval herkenbaar.
In de commentaren tot nu toe, vindt ik de nadruk soms erg op de ICT-kant liggen. Alsof het enige interessante is wat we als overheid met web2.0 technieken doen. Persoonlijk vindt ik het veel interessanter hoe we van mentaliteit veranderen. Web 2.0 geeft een trent (veroorzaakt deze ook). En de vraag is hoe we hiermee omgaan.
Als de overheid moet faciliteren lees ik bijvoorbeeld niet dat we community’s moeten starten. Ik lees dan dat we naar buiten moeten treden en initiatieven van anderen moeten koppelen aan de onze. Dat we moeten afstappen van het blind realiseren van onze eigen doelen maar moeten zoeken naar gezamenlijke projecten.
Dat we daarbij wat van onze idealen moeten inleveren is voor mij logisch. Hoeveel en tot op welk niveau is voor mij de vraag (trent nieuwe grenzen zoeken). En zijn dit dan vaste grenzen of zijn ook die glijdend. De kolom van Roos Vonk in intermediair over acceptatievlakken (zie http://www.intermediair.nl/artikel.jsp?id=1864072), geeft wellicht een handvat.
En uit eigen ervaring weet ik dat we ook over onze rollen als overheid zullen moeten nadenken: hoe staan we in deze gezamenlijke processen. Als expert die alles weet of als facilitator ? Waarschijnlijk als allebei ! Initiatieven zijn mooi (en goed) maar moeten aan (beperkte) regels blijven voldoen. Want regels stellen en zo de zwakkeren (deze term moet waarschijnlijk ook een nieuwe inhoud krijgen !?) beschermen is ook een taak van de overheid. Wellcht moeten we die rollen dan ook maar fysiek splitsen ?

Susan 24 juni 2009 om 13:52

hoe verhoudt trend #2 zich volgens jou tot de wildgroei aan netwerken/communities die ontstaan binnen de overheid? Is een community een antwoord op die versnippering? Wil je als overheid die verbinder zijn? Of begeef je je daar waar jouw doelgroep zich bevindt en dus op meerdere plekken?

Mattijs Tiggeler 24 juni 2009 om 14:46

Susan,
Ik realiseer me ter dege dat IK niet de persoon ben aan wie je de vraag stelt, maar ik kan het niet laten om toch een antwoord te geven:

Mijns inziens hangen niches wederom nauw samen met het taakgericht- versus procesgericht werken (en denken). Ik denk dat je niches van straks kunt vergelijken met de projectgroepen van nu: verschillende mensen met elk hun expertise die werken aan een gezamelijk doel. Dat kan je een community noemen. Online faciliteert slechts mogelijkheden om die mensen makkelijker met elkaar te laten samenwerken (lees: kennis en informatie delen).

Vanuit die optiek denk ik dat het heel belangrijk is dat je als overheid dat juist moet stimuleren. Wat ons bindt is dat we allemaal vanuit ons werk met de overheid te maken hebben. Waarom zou de overheid dan ook niet als verbinder c.q. stimulator optreden?

Monique Roosen 25 juni 2009 om 08:53

Aanvulling op trend #4
Goede vragen “Waarvoor wil je een platform zijn? En krijg je die rol ook van de samenleving?”
De overheid kan mi alleen als platform fungeren als ze ook als 1 éénheid opereert en dat gebeurt nog te weinig: noch binnen het Rijk (tussen de diverse departementen) noch tussen de diverse bestuurslagen (rijk/provincie/gemeenten etc). Mooi voorbeeld hiervan is de aanpak van verrommeling in het nederlandse landschap. De volgende initiatieven zijn ontplooid:
1. ‘verknipt landschap’ van de prov milieufederaties http://www.verkniptlandschap.nl/
2. ‘mooinl’ van VROM http://tinyurl.com/lob3bw
3. ‘mooi brabant’ van prov Noord-Brabant http://www.mijnmooibrabant.nl/

En zo zijn er nog vele op te noemen.
Wie gaat dit coördineren? Moeten we dit wel willen coördineren? Wat ziet de burger als ‘overheid’? En wat verwacht de burger van die ‘overheid’?

Mildo (BZK) 6 juli 2009 om 22:13

De neo-conservatieve trend naar 1.0 bespeur ik ook. Let wel dat de 1.0 infrastructuur en tools die we gebruiken aan hele specifieke doelen en eisen van gebruikers in de organisatie voldoen. Ze zijn naadloos gemaakt om ons te ondersteunen in allerlei bureaucratische werkprocessen. Ze zijn stevig, zichtbaar, voorspelbaar, veilig en kennis kan beschermd worden van anderen. De web2.0 is gericht op verandering en innovatie, volledig onvoorpselbaar (want verandering kan ook verkeerd uitpakken), chaotisch, niet veilig. In die zin ook doelloos. De web2.0 kan niet doordringen in de backbone van bedrijfsprocessen. Het is vooral sociale technologie, handig voor samenwekring, communicatie, meningen te peilen en voor innovatie. Eigenlijk om als beleidsambtenaar verknoopt te zijn in allerlei netwerken. Dat doelloze, dat chaotische, dat onveilige enz kunnen mensen niet altijd handelen. Omdat 1.0 wel doordringt in de bedrijfsprocessen geeft het gevoel van meer toegevoegde waarde. Er is naar mijn gevoel ook een kloof tussen 1.0 systemen en tools en 2.0 tools. Mooi zou zijn wanneer een 1.0 infrastructuur zoals bijvoorbeeld een intranet dat wij hebben, het mogelijk zou maken om 2.0 tools op te nemen, bijv hashtags van twitter, of iGoogle agenda. Hier zie ik kansen omdat in een redelijk gecontroleerde omgeving, in feite een platform namelijk in dit voorbeeld intranet, web2.0 tools voor iedereen zichtbaar en gebruikt kunnen worden. Het voldoet aan de behoefte aan enige orde en zichtbaarheid en maakt verbinding tussen beide werelden en culturen: stabiel-gesloten-maatwerk versus dynamisch-open-innoverend.

Bernard Verlaan 7 juli 2009 om 10:39

Dank voor je reactie. Wb. “een 1.0 infrastructuur zoals bijvoorbeeld een intranet”, dat is er in de vorm van een http://portal.rijksweb.nl/. Sommige dingen zie ik anders merk ik. Bijv. ‘het gevoel van meer toegevoegde waarde’ onderscheid ik van ‘feitelijke toegevoegde waarde’. Hoewel ik de historische gegroeide 1.0-tool penetratie in alle bedrijfsprocessen begrijp en een zeker nut er van inzie, zou ik 2.0 de tijd willen geven om ook zover te komen. Vooral ook omdat in mijn beleving 1.0-tools pastten bij een 1.0-tijd. Onze tijd is anders; niet meer (zo) hierarchisch, bureaucratisch, eenkennig, monopolistisch (kennis, recht van initiatief), gesloten en ‘bang voor de buitenwereld’ (waarvan een deel van de mensen het 2.0 gedeelte inderdaad -nog- niet altijd kan handelen). In een 2.0-wereld kan iedereen alles weten, staat Open Coordinatie aan alle spelers in het veld een veelheid aan initiatieven toe (alleen de beste overleven en leveren resultaat). Het nadeel van geheime/veilige/besloten initiatieven/genootschappen/omgevingen is dat transparantie en verantwoording verdampt waar je bij staat (of aan mee werkt); lijkt mij ongewenst in een Open Society & democratie.

Sietze Zijl 2.0 26 januari 2010 om 11:19

Je sluit af met “vooruitblik” en nu 7 maanden later blik ik even terug. Die kerstrede van Beatrix mag in het kader van deze blog wel erg terughoudend genoemd worden. Maar ik wil graag eens ingaan op de overheid als ‘platform’ .
In pakweg 2001 vroegen wij een subsidie aan bij het toenmalige Lisv, dat later met o.a. het GAK, het UWV werd. Ze hadden nog niet een idee van internet, dus afwijzing was dan ook niet meer dan logisch.
Toch zijn we door gegaan, zonder geld en inkomen en bestaan nog steeds. Startpagina sociale zekerheid is vanwege het ontbreken van geld nooit geworden zoals het moest zijn maar we trekken wel veel bezoekers, die ook werkelijk voor de content komen.
Nog steeds is het zo, dat het UWV (semi overheid) niet dat kan of wil wat wij bieden, namelijk antwoord op die vragen, die erg individueel liggen. Raar als je denkt dat zo’n vraag alleen maar is van die ene vraagsteller, want je kunt er vergif op innemen dat veel meer mensen met diezelfde vraag zitten. En toch denken wij nog steeds, dat wij dit moeten doen en niet het UWV zelf, want hoe scherp op maat de antwoorden ook zijn, wij geven garantie tot de deur en het UWV zou verantwoording moeten afleggen.
Nu kijken medewerkers van het UWV mee naar de antwoorden die bij ons verschijnen, gratis en voor niets. Als beheerder van de website kan ik wel kwijt, dat dit een dagtaak is maar niemand vroeg erom.
Als ik zelf wel eens iets vroeg aan materiele ondersteuning van de overheid (ICTU) was dat niet mogelijk. Een inkomen? No way. ICT ondersteuning? no way en ga zo maar door. Lijkt me allemaal nogal 1.0 of zelfs minder dan dat.
Ik sta op het punt er de brui aan te geven, want ik wordt gek van al dat lezen over uitkeringen van mensen, die zelfs al hebben ze te weinig, altijd meer hebben dan ik, zekerheid als ook een inkomen.

Ik doe nog een laatste poging om alles te houden zoals het nu is maar de overheid zit niet meer in mijn programma. Ga eens na hoeveel de overheid in internet steekt en schrik niet dat dit bijna 400 tot 500 miljoen per jaar is. Denk daarbij ook welke grootte de internet economie inmiddels bereikt. Waar zijn dan in die “nieuwe samenleving” de smaakmakers? Oh ja er is een “burgerlink” die een of twee paradepaardjes heeft voor een paar grijpstuivers. Burgers worden alleen gezien en gebruikt om dure websites van de overheid te bezoeken. Hup en ze smijten er weer een hele dure STER campagne tegenaan.
Sorry hoor, want ik lees juist hier dat ‘jullie’ het helemaal anders willen doen maar voor mij komt dat te laat vrees ik.

Comments on this entry are closed.

Vorig artikel: Dat Zou Handig Zijn: van ‘abonnement op veranderingen’ tot ‘fast ticket bij overheidsbalies’

Volgend artikel: “Gooi oude schoenen weg, ook al heb je nog geen nieuwe.”