De naam van je organisatie op internet, deel 2

door Davied van Berlo op 4 juli 2009

in Instrumenten, Overheid 2.0

Bijna een jaar geleden schreef ik over brandjacking, ofwel de gevaren van anderen die er op internet met je naam vandoor gaan (om wat voor reden dan ook). Ondertussen zijn we een jaar verder en is er heel wat gebeurd: de Rijksvoorlichtingsdienst is met beleid gekomen, de groepen op LinkedIn zijn nu in overheidshanden en @wouterbos heeft diverse avonturen meegemaakt …

Naamsperikelen op Twitter

Sinds de campagne voor de Europese verkiezingen is Twitter betrekkelijk populair bij politici: bij europarlementariërs, Kamerleden en ook lokaal, zoals in Amsterdam. Maar dat was niet altijd zo. De twitternaam @wouterbos was al geruime tijd geleden door een actief PvdA-lid vastgelegd, maar noch bij het ministerie van Financiën, noch op het partijbureau van de PvdA was men erin geïnteresseerd om het over te nemen. Vervolgens kwam de naam dus weer beschikbaar en werd opgepakt door iemand anders. Die heeft @wouterbos uiteindelijk weer overgedragen aan het ministerie, maar het leverde wel wat pers op.

Ook organisatienamen op Twitter kunnen gedoe opleveren. De twitternaam @skype was geregistreerd door een medewerker van het bedrijf Skype, maar zij bleef zelf eigenaar van die naam toen ze het bedrijf verliet, totdat Twitter tussenbeide kwam. Andersom kan ook. Aangezien het verboden is om twitternamen te verkopen, is James Cox, oprichter van een van de meest populaire twitterkanalen, @cnnbrk, onlangs min of meer in dienst getreden bij CNN. Twitter is belangrijk geworden voor de online presence van organisaties, hoewel nog niet iedereen dat door heeft. Zelfs Microsoft is nog maar twee dagen bezig!

Ministeries op LinkedIn, wie biedt?

In mijn blog van vorig jaar had ik het ook over de groepen op LinkedIn met de namen van ministeries. Deze waren allen aangemaakt door een niet-ambtenaar, Stephan Poelsma. Ondermeer door mijn blog heeft hij vervolgens besloten dat de groepen beter beheerd kunnen worden door de overheid zelf. In overleg met de Rijksvoorlichtingsdienst heeft Ambtenaar 2.0 het beheer van de groepen toen op zich genomen, met als doel ze direct weer over te dragen aan de desbetreffende organisatie (onder voorwaarde dat Poelsma tekst en uitleg zou mogen geven in elk van de groepen). Het tijdelijke beheer is dus ook hier netjes overgedragen.

Overigens zal het niemand verbazen dat nog niet alle ministeries hebben gereageerd op de oproep om het beheer van hun groep over te nemen. Voor de volgende groepen zoeken we nog een ambtenaar die het beheer (het toelaten van nieuwe leden) wil gaan doen:

Overigens geldt datzelfde aanbod voor de twitternamen van de departementen. Welke communicatieafdeling pakt die handschoen op?

Beleid Rijksvoorlichtingsdienst

De Rijksvoorlichtingsdienst heeft ook nagedacht over hoe de overheid om zou moeten gaan met sociale netwerken en het naamgebruik daarop: Weliswaar is het ondoenlijk om voor elke site alle mogelijke namen te claimen, op misbruik van namen (en logo’s) moet wel gereageerd worden omdat anders de goede naam van de overheid gecompromitteerd kan worden. De dienst komt tot drie actiepunten:

  • Communicatie over de middelen die de Rijksoverheid wel actief gebruikt (die lijst moet op het Communicatieplein gaan verschijnen);
  • Afspraken over te gebruiken namen (bijv. met de titel van minister of staatssecretaris in de accountnaam);
  • Afspraken over (juridische) actie: wanneer en hoe? (in geval van daadwerkelijk misbruik en in ieder geval nooit tegen betaling!).

Zelf miste ik overigens nog wel een stuk advies, namelijk om duidelijk te vermelden op een site dat dat het officiële kanaal van de organisatie is. Zodat we er zeker van kunnen zijn dat hier ook echt de gemeente Utrecht spreekt. En dat dit niet de gemeente Culemborg is, zoals ik aanvankelijk dacht …

Daarbij kun je natuurlijk niet voor elke variant van je naam een account aanmaken. Verzin dus van tevoren welke naam je graag wil gebruiken, liefst iets unieks. De gemeente Best kan misschien soms de naam ‘Best’ wel krijgen, maar met ‘GemeenteBest’ heb je meer kans. Door consequent één naam te gebruiken is de herkenbaarheid groter en weten geïnteresseerden eerder dat ze aan het goede adres zijn.

Interessant? Deel het nu met anderen!
  • Print
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google Bookmarks
  • Blogplay
  • email
  • LinkedIn
  • Live
  • NuJIJ
  • Posterous
  • Twitter

(Mogelijk) gerelateerde artikelen:

  1. Actiepunten voor een overheid 2.0, deel 4: Participatieplatform
  2. Actiepunten voor een overheid 2.0, deel 1: Drie werelden
  3. Actiepunten voor een overheid 2.0, deel 3: Organisatie 2.0
  4. Actiepunten voor een overheid 2.0, deel 2: Op internet
  5. Is de naam van je organisatie veilig op internet?

{ 14 reacties }

{ 14 reacties }

Davied van Berlo 9 juli 2009 om 06:42
Harro Ranter 10 juli 2009 om 08:02

En wat te denken van http://twitter.com/RijksoverheidNL ? Komt op mij een beetje vreemd over: geen Rijkslogo maar wel Rijks-lettertype en een nogal technische, niet burgervriendelijke beschrijving.
En bovendien een dubbeling met @Regering.

Martin Dahlhaus 13 juli 2009 om 09:29

Davied,
Voor mij een herkenbaar verhaal, zoals je begrijpt. Maar ik moet je erop wijzen dat het ‘beleid van de RVD’ nog niet is vastgesteld. Het was overigens een voorstel van de PNM (Platform Nieuwe Media) aan de CNM (Commissie Nieuwe Media). De CNM heeft nog geen beslissing genomen. Naar ik begrijp was vooral de praktische haalbaarheid een struikelblok: Hoe hou je een centrale plaats waar je aangeeft welke sites in gebruik zijn actueel? Dit kost menskracht (steeds schaarser zoals je weet, dat verklaart ook de aarzeling bij ministeries om bv de LinkedIn groepen over te nemen) en bovendien ontbreekt vaak het overzicht binnen de eigen organisatie: de communicatieafdeling weet niet altijd dat beleidsdirectie x een Ning-pagina heeft gemaakt of op LinkedIn zit.
Tips van de lezers van dit blog zijn welkom om het PNM-voorstel op dit punt aan te scherpen!

Harro Ranter 13 juli 2009 om 09:48

Martin,

Interessante en herkenbare situatie die je beschrijft. Leeft denk ik op veel plaatsen.
Niettemin vind ik “Hoe hou je een centrale plaats waar je aangeeft welke sites in gebruik zijn actueel? ” een voorbeeld van old-school-thinking. Of Misschien ben ik naief-optimistisch, maar ik geloof in the power of the crowds.
Zo’n lijst maken en bijhouden? Er zijn genoeg mensen die dit zelfs in hun vrije tijd zouden willen doen. Gewoon. Omdat het leuk is.
Zelfde voor LinkedIn. Wij hebben meer dan een jaar een linkedin groep. We hebben er bijna geen werk aan. Even een paar dingetjes in het ons groepsprofiel wijzigen. Doe ik lekker ’s avonds thuis wel. Gewoon. Omdat het leuk is.
Nu wil een innovatieclubje binnen VenW een subgroep. Kwestie van aanmaken en ze kunnen het verder zelf bijhouden. Daar hebben wij geen omkijken meer naar.

Blast. In de tijd dat ik dit comment typ had ik ook al een lijstje kunnen maken van rijksoverheids-social-media-sites…

Harro

Martin Dahlhaus 13 juli 2009 om 10:06

Had ieder ministerie maar een ‘Harro’ :-) Ik ken er zelf maar één.
Voor die centrale plek hebben we redenen (zie de notitie waarnaar Davied verwijst). Misbruik van identiteiten is een vervelend probleem wat me al ontzettend veel tijd heeft gekost. Het op zijn beloop laten is wat mij betreft niet altijd een optie, zeker in (mijn) geval van de minister-president. Een centrale plek (old school of niet) is handig om naar te kunnen verwijzen als er een journalist belt over (weer) een gekaapte naam en maakt wellicht de noodzaak kleiner om op ieder geval actie te ondernemen. En je kunt er (zoals Davied ook al stelt) vanaf je eigen sites naar verwijzen.

Harro Ranter 13 juli 2009 om 10:19

Martin,
Ik ben niet ‘tegen’ een centrale plek. Integendeel! Dat lijkt me een must voor de overheid. Alleen ben ik niet overtuigd van het feit dat dat “veel” tijd moet kosten (omdat er genoeg mensen zijn die er aan mee willen werken). Evenmin hoeft het pro-actief registreren van je naam op social media sites veel tijd te kosten. Je er nog niet meteen actief iets mee te doen, maar dan heb je iig de naam alvast. Zo hebben wij het ook met Twitter gedaan.

Martin Dahlhaus 13 juli 2009 om 10:41

Ok, heb jij een overzicht van álle plekken waar V&W zich op internet bevindt? Ook van de buitendiensten? Ik denk dat door iemand zoals jij bij V&W het probleem niet zo groot is. Maar bij de meeste ministeries ontbreekt het overzicht.
Pro-actief registreren is onbegonnen werk (je vist vaak achter het net) en moet je ook niet willen. Volgens mij moet je alleen aanwezig zijn op die netwerken waar je ook echt actief mee aan het werk wil. Als Twitter geen onderdeel is van je communicatiestrategie, waarom zou je dat domein (en de varianten!) dan willen hebben (behalve om te voorkomen dat een ander ermee aan de haal gaat)? Het centrale overzicht is ook bedoeld om het pro-actief registreren van iedere mogelijke naam op ieder mogelijk netwerk niet te hoeven doen.
Maar… we zoeken nog een beheerder van die centrale plek. Jij hebt zo te zien alle tijd! :-)

Harro Ranter 14 juli 2009 om 10:45

Martin, ik ben een ras-optimist. Roepen dat iets veel tijd kost is mijn beleving vaak een self-fulfilling prophecy ;-)
Mijn persoonlijke ervaring is: niet alles langs je communicatiestrategie leggen. Om te innoveren moet je soms net een stapje verder (durven te) denken. Zo hebben we op Twitter al meer dan een jaar geleden op eigen initiatief de venw-user geregistreerd omdat we aanvoelden dat dit wel eens iets groots kon gaan worden. Tijd kostte het niet en we zij nu in ieder geval wel verzekerd van onze eigen Twitternaam. Goede ROI!
Maar goed, that is just my two cents worth.

Harro Ranter 14 juli 2009 om 13:17

Ik heb niet alle tijd :-) Maar met een collega heb ik een opzetje gemaakt:
http://ambtenaar20.wetpaint.com/page/Rijksoverheid+2.0

We pretenderen geen compleet overzicht te hebben, maar is een aardig begin. In deze vorm is het ook niet bruikbaar als overzicht voor “de burger” maar het laat wel zien dat met weinig effort je met twee man snel iets kunt optuigen.

Davied van Berlo 14 juli 2009 om 16:33

Goede voorzet, Harro. Ik heb ‘m al wat mensen doorgestuurd.

Overigens heb ik de link in het menu onder ‘Projecten’ gezet, dan weet je dat. Zie http://projecten.ambtenaar20.nl.

Martin Dahlhaus 15 juli 2009 om 10:15

Harro, dank! Maar ben je AZ nu gewoon vergeten?? (we zitten alleen officieel op linkedIn) ;-)
Ik ga je aanzet gebruiken om in de PNM aangevuld te krijgen. Want je hebt natuurlijk gelijk. Dit hoeft niet veel tijd te kosten. Het moet overigens wel gaan om de ‘officiële / erkende kanalen’ van een ministerie. Dus niet de hobby-hyvespagina die iemand toevallig heeft opgezet.

Harro Ranter 17 juli 2009 om 07:25

Whooooops. Het beste paard van stal vergeten. AZ is nu toegevoegd.
Ben het met je eens; alleen erkende kanalen. Ik heb onze “rogue” Hyves-pagina van de lijst gehaald.

Davied van Berlo 21 juli 2009 om 13:53

Overigens heeft is vanuit het project Eén Logo wel een mooi overzicht gemaakt van hoe je op sociale netwerken een site kan bouwen voor je organisatie, incl. logo’s, etc.

Zie bij deze het voorbeeld voor AZ: http://rijkshuisstijl.communicatieplein.nl/index.cfm/ministerie-van-algemene-zaken/middelen/digitaal

Martin Dahlhaus 21 juli 2009 om 13:59

Zeker mooi, ik heb de PNM hier al op gewezen.
Let ook op deze niet onbelangrijke passage in de richtlijn: “Voordat je hiermee aan de slag gaat, is het goed om (voor zover nog niet bekend) navraag te doen wat het beleid van het eigen ministerie is rond het opzetten van sociale netwerken.”

Comments on this entry are closed.

Vorig artikel: Verslag Lagerhuisdebat “Wat mag een ambtenaar op internet?”

Volgend artikel: Wat kun je zoal doen op Ambtenaar 2.0? Een overzicht.