Het Nieuwe Werken, een overzicht

door Arjan Hooiveld op 30 maart 2009

in Medewerker 2.0, Organisatie 2.0

Behalve de term ‘web 2.0′ wordt ook de ‘Het Nieuwe Werken’ steeds meer gehoord in overheidsland. Soms ook wel ‘werken 2.0′ genoemd. Een verzamelterm met veel interpretaties. Bij deze een overzicht en wat uitleg. Is Het Nieuwe Werken een hype?

Sinds ik mij in Het Nieuwe Werken heb verdiept, heb ik een aardig beeld gekregen van wat er op dit gebied in Nederland gebeurt. Net als veel andere begrippen, wordt ook de term ‘Het Nieuwe Werken’ door diverse bedrijven, organisaties en personen op verschillende manieren gebruikt:

  • Technologische visie, waarin nieuwe manieren van werken worden gestimuleerd en gepromoot vanuit een technologische en productgerelateerde achtergrond
    (bijv. Microsoft, IT-dienstverleners);
  • Productiviteitsvisie, waarin nieuwe toepassingen leiden tot productieverhoging en hogere effectiviteit van de kenniswerker.
    (bijv. Microsoft, E-Office, Productivity Partners, Conclusion, Qube, RuzCo en diverse andere consultants, NCSI, Innovatieplatform, Axis, Syntens, EZ, SenterNovem);
  • Visie op de werkomgeving, kantoor- en werkplekconcepten laten aansluiten bij de werkprocessen binnen de organisatie.
    (bijv. Microsoft, Productivity Partners, YNNO, Proven Workspace);
  • Technische visie, waarin de tools en platformen centraal staan die de uitwisseling van informatie, kennisdeling en verdere vormen van interactief samenwerken mogelijk maken o.a. Web 2.0, Enterprise 2.0, Wiki’s, Intranetten, Videoconferencing, Livestreaming, Social Networking.
    (bijv. Winkwaves, Socialtext, Opentext, Basecamp, Confluence, Google Apps);
  • Mobiliteitsvisie, waarin telewerken, thuiswerken en dynamische werkplekken voorop staan.
    (bijv. NCSI, Taskforce Mobiliteitsmanagement, Kennisplatform Verkeer & Vervoer);
  • Sociale visie, waarin de rol, mogelijkheden en toepassingen van Het Nieuwe Werken worden besproken en uitgediept
    (bijv. Ambtenaar 2.0, LinkedIn, diverse communities);
  • HRM-visie, nieuwe werkvormen, mogelijk gemaakt door technologische ontwikkelingen, maar ook door de komst van nieuwe generatie werknemers op de arbeidsmarkt die op een nieuwe (=andere) manier invulling aan hun werk willen geven.
    (bijv. HRM, P&O, Moneypenny);
  • Lifehacking, waarin  tips en tricks worden ontwikkeld en besproken waarmee een kenniswerker doelmatig en efficiënt kan leren omgaan met een grotere en diversere stroom informatie die hij of zij dagelijks moet verwerken en benutten.
    (bijv. Getting Things Done, David Allen, Meereffect, Martijn Aslander, Sanne Roemen, Frank Meeuwsen).

Naast de gegeven voorbeelden zijn er nog vele andere bedrijven, organisaties, instanties en personen te bedenken die zich op één of andere manier met bovengenoemde van Het Nieuwe Werken bezighouden.

Is Het Nieuwe Werken dan niet nieuw?

Op basis van bovenstaande zien we dat een groot aantal van de technologieën, toepassingen en ideeën al een tijd beschikbaar zijn. Videoconferencing en Livestreaming kon in de jaren ’90 al. Document sharing, wiki’s en andere vormen van kennisdeling zijn ook al jaren mogelijk. Telewerken en thuiswerken is al sinds jaar en dag een geopperde mogelijkheid om bijvoorbeeld woon-werkverkeer en daarmee de files te beperken. Op de één of andere manier dringen de verschillende manieren en mogelijkheden nu pas door en worden de technieken die bijdragen om efficiënter, productiever en effectiever te werken, nu pas strategisch ingezet.

Culturele omslag en nieuwe denkwijze

Het mag duidelijk zijn dat bovengenoemde vormen van Het Nieuwe Werken niet morgen op grote schaal ingevoerd zullen worden. Het gaat om een geleidelijk proces dat ongetwijfeld veel weerstand zal ondervinden. Ik ben er zelf heilig van overtuigd dat de manier van (kennis)werken zoals die de afgelopen decennia heeft plaatsgevonden, zal veranderen. Als gevolg van nieuwe mogelijkheden en technologieën, maar ook door nieuwere, inventievere en slimmere manieren van werken en samenwerkingsvormen. Wie wil er tenslotte graag een deel van de dag – samen met miljoenen anderen – in de file staan om tussen 9 en 5 aanwezig te zijn, terwijl hij of zij door een andere werkindeling veel productiever voor het bedrijf of opdrachtgever zou kunnen zijn?

Vraagstukken

Voor een behoorlijk aantal vraagstukken zullen goede oplossingen gevonden dienen te worden. Het management zal moeten sturen op resultaat en feedback, niet op aanwezigheid. Het gaat hier om vertrouwen. De werknemer 2.0 zal over de mogelijkheden en middelen moeten beschikken om decentraal zijn of haar werk te kunnen doen.  De werknemer op afstand zal rekenschap moeten geven van zijn of haar resultaten, om moeten kunnen gaan met deadlines, om kunnen gaan met vrijheid, ook als er geen dwingend oog is van een chef.

In de klassieke kantooromgeving, met vaste werkplekken, afdelingen, afdelingsoverleg en structuren maakt een werknemer van een bedrijf deel uit van een sociale structuur. Dit geeft zingeving en het idee of gevoel ergens bij te horen. Een mens (werknemer of persoon) is een sociaal wezen. Er zijn ook nu voorbeelden van bedrijven die met flexplekken experimenteren waarbij nieuwe werknemers of externen zich verloren kunnen voelen in de losse en indivuele inrichting van zo’n flexibele omgeving. Het is in mijn beleving dan ook nog altijd aan te bevelen om zo’n 2 tot 3 dagen per week op de centrale plek te werken, om het contact met de collega’s te onderhouden. Wellicht dat dit door nieuwe inzichten, mogelijkheden en technieken in de toekomst op andere manier kan worden ingericht en geregeld?

Een ander vraagstuk is het omgaan met informatiestromen. Wie zou willen, zou tegenwoordig immers 24 uur per dag non-stop door kunnen werken, zonder zich te vervelen. Er is zoveel informatie beschikbaar en er zijn zoveel ontwikkelingen gaande, dat het maken van keuzes onvermijdelijk is, net als het reguleren van de informatie.

Een goede afbakening van beschikbaarheid en bereikbaarheid is essentieel. We zien nu al dat privé en zakelijk bij veel mensen door elkaar heen lopen. Om te voorkomen dat kenniswerkers massaal aan burnout en uitputting ten onder gaan, is het van groot belang om hier duidelijke afspraken over te maken.

Hype of bestendig?

Onlangs zag ik op een LinkedIn-community over Het Nieuwe Werken een posting voorbij komen waarin gesteld werd dat Het Nieuwe Werken een hyperige kreet zou zijn. Het risico bestaat inderdaad dat ‘Het Nieuwe Werken’ voor commerciële doeleinden misbruikt gaat worden. Als we Het Nieuwe Werken definiëren als nieuwe, andere manier voor inrichting van het werk, zou het daarentegen wel eens een bestendige trend kunnen blijken, die blijvend invloed heeft op de manier waarop miljoenen kenniswerkers wereldwijd hun werk inrichten.

Door Arjan Hooiveld, www.werken20.nl

Interessant? Deel het nu met anderen!
  • Print
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google Bookmarks
  • Blogplay
  • email
  • LinkedIn
  • Live
  • NuJIJ
  • Posterous
  • Twitter

(Mogelijk) gerelateerde artikelen:

  1. Wat kun je zoal doen op Ambtenaar 2.0? Een overzicht.
  2. Heroverweging 2.0: vijf kostenbesparingen met 2.0 en Het Nieuwe Werken
  3. Haagse Hogeschool van start met Het Nieuwe Werken
  4. Het nieuwe werken, bij Microsoft
  5. Het nieuwe werken, wat is dat?

{ 5 reacties }

{ 1 trackback }

April aan de hand van de tweets « Dee’tjes: over internet, zoeken en bibliotheken
1 mei 2009 om 14:05

{ 4 reacties }

Davied 30 maart 2009 om 07:00

Arjan, leuk overzicht.

Voor wie wil meepraten over Het Nieuwe Werken bij de rijksoverheid, ga naar deze groep:
http://hetnieuwewerken.ambtenaar20.nl

Of naar deze groep:
http://rijksoverheid20.ambtenaar20.nl

Meer over werken 2.0 bij LNV op:
http://www.ambtenaar20.nl/?p=1107

Kees 30 maart 2009 om 07:33

Arjan;

Voor mij meer dan een leuk overzicht. Eindelijk in een helder verhaal een aantal hedendaagse stromingen bij elkaar gezet en uit elkaar getrokken.
Complimenten!

Rob Oele 30 maart 2009 om 09:41

Goed gedaan!!

Arjan Hooiveld 30 maart 2009 om 19:53

@Davied, Kees, Rob. Bedankt voor de reacties ;-)

Comments on this entry are closed.

Vorig artikel: Verleg focus van eigen websites naar publieke infrastructuur

Volgend artikel: Blijft het kantoor een werkplek?