Verleg focus van eigen websites naar publieke infrastructuur

door Martin Borman op 29 maart 2009

in Open Overheid, Overheid 2.0

Besteed minder tijd, geld en middelen aan het bouwen van websites. Richt de meeste aandacht op het ontwikkelen van een eenvoudige, betrouwbare en publiek toegankelijke infrastructuur die de overheidsinformatie op internet publiceert. Derden uit de private sector zijn veel beter in staat om publieke overheidsinformatie op een heldere, interessante en aansprekende manier bij diverse doelgroepen te presenteren. Dat is de centrale boodschap in het uitstekende artikel “Government and the Invisible Hand“. Ook Nederlandse overheden moeten deze boodschap op waarde schatten en integreren in het internetbeleid.

Problemen door focus overheid op websites

Overheden hebben moeite met het ontwerpen, ontwikkelen en beheren van duidelijke, gebruiksvriendelijke en vraaggerichte websites. Iedereen kent wel een voorbeeld van een overheidswebsite die niet flexibel is, niet aan de informatievraag van de bezoeker voldoet of met verouderde technologie is ontwikkeld. Overheidsorganisaties doen vaak grote investeringen in nieuwe websites, die meestal bij oplevering al verouderd blijken. In deze situatie zijn de leveranciers van ‘internetoplossingen’ de lachende derde. Zij doen goede zaken met deze vaak driejaarlijkse cyclus.

Wie wel eens is betrokken bij een traject voor een nieuwe website, weet dat veel, misschien wel het meest, tijd, geld en middelen wordt uitgegeven aan bedenken, ontwerpen en implementeren van een goede structuur van de website. Het is en blijft een geworstel om een website helder en transparant te maken voor alle doelgroepen. Zelden levert het een aansprekend resultaat op en blijft de website vooral een weergave van de wensen, eisen en ideeën van ‘insiders’.

Tot slot kennen websites van overheden diverse beperkingen, zoals de Webrichtlijnen en Drempelvrij.  Deze beperkingen leiden ertoe dat websites niet optimaal profiteren van mogelijkheden in vormgeving of, vaker, niet voldoen aan deze beperkingen. Een andere beperking aan de websites is dat de gepubliceerde informatie altijd juist moet zijn. Meestal plaatsen webredacteuren deze informatie via speciale contentmanagementsystemen op internet. De afstemming tussen webredactie en eigenaren van informatie leidt altijd tot problemen. De oplossing hiervoor zoeken overheden vaak in starre procedures, grote webredacties of de acceptatie dat informatie ‘dan maar niet’ gepubliceerd wordt. Helaas moeten we toch constateren dat overheidswebsites vaak verouderde en onjuiste informatie bevatten. Klassiek is het voorbeeld van de gemeente in het Noorden die drie jaar na invoering van de euro, op de website nog steeds leges voor vergunningen in guldens publiceerde.

De conclusie die we moeten trekken is een zorgwekkende:

De grote focus van overheden op het ontwerpen, ontwikkelen en beheren van eigen websites, leidt tot

  • zich herhalende grote investeringsrondes,
  • aanbodgerichte websites, waarmee eigenlijk alleen insiders overweg kunnen, en
  • moeilijk toegankelijke en zelfs onjuiste gepubliceerde informatie.

Internet als platform

De oplossing voor deze problemen ligt in een frisse, nieuwe en ‘2.0′ blik op de rol van overheden. Web 2.0 is verandering van een verzameling websites naar een volledig platform voor interactieve webapplicaties voor eindgebruikers op het World Wide Web (definitie uit Wikipedia). Deze verandering is niet uit de lucht komen vallen. Aan de basis staat het technische ontwerpprincipe dat de presentatie van gegevens los staat van het beheer van gegevens. Ingewijden weten dat informatie op websites vaak is opgeslagen in databases, of een andere vorm van gestructureerde gegevensopslag. Voor de presentatie van de informatie moeten overheden ‘templates’, stramienen, laten ontwikkelen.

Web 2.0 heeft zich vooral kunnen ontwikkelen doordat de informatie in de databases door middel van open standaarden, zoals XML en RSS, ook door derden gebruikt kan worden in eigen websites. We hebben allemaal wel eens een ‘RSS-feed’ of ‘XML-feed’ verwerkt in Netvibes.  De informatie uit deze feeds wordt beheerd door anderen. Binnen Netvibes geven we zelf aan hoe we de informatie willen tonen: In welke kolom, met welke kleuren, hoeveel items we willen zien, of we berichten alleen als headlines willen zien of als slideshow. We bepalen het zelf.

Gevorderden onder ons profiteren ook van de voordelen van ‘mashups’. De RSS-feeds van verschillende websites worden samengevoegd, gefilterd en bewerkt, zodat een nieuwe RSS-feed ontstaat. De gevorderde gebruiker die uitsluitend is geïnteresseerd in twitterende politici kan bijvoorbeeld informatie uit RSS-feeds van Ambenaar20.nl, Verseoverheid.nl en Kamertweets.nl samenvoegen tot één feed. Omdat niet alle berichten van Ambtenaar20.nl en Verseoverheid.nl over twitterende politici gaan, past deze gebruiker een filter toe. Dit resulteert in een feed, opgebouwd uit drie ‘bronfeeds’, dat alleen de gewenste berichten toont.

Het voorbeeld van RSS/XML en Netvibes maakt duidelijk hoe beheer (en opslag) van informatie gescheiden is van de presentatie van informatie. Het voorbeeld van de gevorderde gebruiker toont aan dat dankzij deze scheiding een gebruiker een website kan maken, dat volledig voldoet aan zijn informatiebehoefte. Voor het gebruikersvriendelijk toepassen van deze mogelijkheden, is het een noodzakelijke voorwaarde dat eigenaren hun informatie op basis van open standaarden aanbieden.

Overheid als platform

Liever dan op op de doodlopende weg doormodderen met eigen websites, moeten overheden hun aandacht richten op het ontwikkelen van een eenvoudige, betrouwbare en publiek toegankelijke infrastructuur dat overheidsinformatie op internet publiceert. Derden uit de private sector, zowel profit als nonprofit, zijn met deze beschikbare overheidsinformatie beter dan overheden in staat goede websites te bouwen voor specifieke doelgroepen.

Voorbeeld

Als overheden bekendmakingen publiceren volgens afgesproken standaarden, zijn derden beter dan overheden in staat deze bekendmakingen te publiceren op interactieve kaarten. Overheden kunnen deze kaarten zelfs kosteloos eenvoudig integreren op eigen websites. Overheden kunnen zich tijd, investeringen en beheerproblemen besparen door de aandacht te richten op het volgens de standaarden publiceren van de bekendmakingen. Hiervoor kunnen zij eenvoudig, vaak zelfs zonder tussenkomst van externen, informatie uit eigen systemen ‘exporteren’ naar de landelijke zoekfunctie.

Zo snijdt het mes snijdt aan twee kanten. De gezamenlijke overheden besparen miljoenen euro’s door informatie op deze wijze te publiceren. Met de aangeboden informatie bouwen derden diverse oplossingen. Dankzij het grote aanbod van websites met overheidsinformatie dat hierdoor ontstaat, kan de burger zelf een website selecteren die hem het meeste aanspreekt en het beste voorziet in zijn vraag. Als een burger geen website kan vinden die voldoet aan zijn wensen, kan hij met hulpmiddelen zoals Dapp Factory en Netvibes zelfs een gepersonaliseerde website bouwen!

Roadmap

Zolang overheden hun prioriteit leggen bij het ontwikkelen van eigen websites en niet bij het publiceren van informatie volgens standaarden, zullen de benodigde veranderingen zeer langzaam plaatsvinden. Het verleggen van de prioriteit van het willen bouwen van eigen websites, naar het publiceren van informatie binnen een landelijke infrastructuur moet daarom het speerpunt worden van de ministeries, VNG, IPO, de Unie van Waterschappen en de ICTU.

Deze centrale instanties moeten gezamenlijk een landelijke discussiebijeenkomst organiseren, waarop overheden met particulieren, belangengroepen en commerciële partijen afspraken maken hoe overheden informatie herbruikbaar publiceren. Ook kunnen deelnemers inventariseren aan welke informatie veel behoefte is, zodat overheden een projectagenda kunnen opstellen.

Redacties bij overheidsorganisaties moeten hun weerstand opgeven. De rol van de redactie verandert. In plaats van veel content volgens eigen richtlijnen te produceren, moeten redacties leren werken met mashups, het bouwen van widgets en het bouwen van webapplicaties. Content komt minder en minder uit contentmanagementsystemen en meer en meer uit andere online informatiebronnen. Daarnaast moeten redacties loslaten dat informatie alleen conform hun eigen verwachtingen over vormgeving wordt gepubliceerd. Door het ‘ruw’ publiceren van informatie zijn derden vrij om een eigen vormgeving toe te passen. Hoofdredacteuren moeten hun redacties op deze veranderingen voorbereiden, door ze vertrouwd te maken met web 2.0 technologie, concepten en  toepassingen.

Eigenaren van informatie moeten stoppen met ‘database huggen’, het omarmen van hun database. Een veelgehoord argument om informatie uit databases niet direct online te publiceren, is dat eigenaren de informatie niet zonder toelichting willen publiceren. Dit argument is niet houdbaar binnen overheid 2.0. Derden kunnen de ruwe overheidsinformatie uitstekend, en waarschijnlijk zelfs beter dan overheden zelf, voorzien van toelichting en aanvullende informatie. Ook het argument dat met het tonen van de informatie, de organisatie een stortvloed aan vragen en bezwaren te wachten staat, snijdt geen hout. Er is geen enkele reden aan te nemen dat beter geïnfomeerde burgers, ook meer vragen stellen of bezwaren indienen. Daarnaast, overheden willen de betrokkenheid van burgers vergroten. Burgers onthouden van informatie waarmee zij in actie kunnen komen, druist in tegen deze ambitie. Deze weerstand bij informatie-eigenaren kan alleen doorbroken worden door de bestuurders en de topmanagers van een organisatie. Zij moeten helder en transparant communiceren dat alle publieke informatie ook online gepubliceerd zal worden. Het overtuigen van deze toplaag zal de meeste inspanning vergen en is vooral een taak van de eerder genoemde centrale instanties.

Een model voor overheid 2.0

Overheden die niet willen wachten op landelijke afspraken, kunnen zonder meer op korte termijn starten. Als uitgangspunt voor nieuw internetbeleid kunnen zij een model gebruiken dat eindverantwoordelijken handvatten biedt voor nieuwe beheerprocessen en te ontwikkelen infrastructuur. Zo’n model zegt onder andere dat alle websites en webpagina’s van een overheidsorganisatie, alle informatie moeten halen uit publiek beschikbare bronnen. Een gemeente die een webpagina publiceert, waarop bezoekers alle bekendmakingen in de gemeente op een kaart zien, moet deze bekendmakingen ook als ‘ruwe’ informatie publiceren. Derden kunnen deze informatie dan gebruiken voor eigen weboplossingen. Dit model beschrijft dan ook de standaarden waarmee overheidsorganisaties de ‘ruwe’ informatie herbruikbaar kunnen publiceren.

Zoals gezegd, het mes snijdt aan twee kanten. Overheden kunnen enorme besparingen realiseren, terwijl de kwaliteit van informatievoorziening stijgt. Overheden moeten niet uit angst voor het onbekende blijven teruggrijpen op verouderde concepten. Zij moeten de kansen van Overheid 2.0 omarmen.

Door Martin Borman, verseoverheid.nl

Interessant? Deel het nu met anderen!
  • Print
  • Digg
  • Sphinn
  • del.icio.us
  • Facebook
  • Mixx
  • Google Bookmarks
  • Blogplay
  • email
  • LinkedIn
  • Live
  • NuJIJ
  • Posterous
  • Twitter

(Mogelijk) gerelateerde artikelen:

  1. Lopend onderzoek naar “citizen created value”
  2. Heeft de publieke sector iets aan bloggen?
  3. Google voor de publieke sector, allemaal aansluiten?
  4. Verzamel je eigen internetsite

{ 21 reacties }

{ 1 trackback }

Verse Overheid » Blog Archive » De website wordt infrastructuur
30 maart 2009 om 21:54

{ 20 reacties }

Jos Smolders 29 maart 2009 om 13:12

Eens met de algemene doelstelling, maar ik vind dat je de kern van het probleem niet benoemt. Het gaat niet om weerstand bij redacties en om database-huggende informatie-eigenaren. Het gaat om het zelfbeeld dat overheden hebben en de daaruit volgende handelingen. In de afgelopen 19 jaar is het begrip ‘klantgericht’ gemeengoed geworden in Nederlandse overheid. Maar de houding is nog steeds: wij weten wat klantgericht is. We richten een nieuwe balie (internet) in en wachten tot de klanten tot ons komen.
Een daadwerkelijke dialoog aangaan met de klant is nog steeds not done (behalve de jaarlijkse burgerij-enquête met een tevredenheidscijfer ergens tussen de 7 en de 8). En laat dat nou net de essentie van 2.0 zijn. Je eigen basis loslaten en stukjes van jezelf overdragen aan een ander.
Dit is een zaak van de hele overheid, van receptioniste, tot de baliemedewerker, tot het afdelingshoofd, tot gemeentesecretaris/directeur.

Jules Ernst 29 maart 2009 om 15:06

In het stuk staat: “Tot slot kennen websites van overheden diverse beperkingen, zoals de Webrichtlijnen en Drempelvrij.”

Hier gaan mijn nekharen van overeind staan. Vaak is de beperking niet een richtlijn of een toegankelijksding. Nee, meestal ligt de beperking bij de kennis van de ontwikkelaar. Die gebruikt bovenstaande vaak als excuus, omdat voldoende kennis van HTML, CSS en javascript in bij deze persoon ontbreekt.

Martin 29 maart 2009 om 19:25

Ik lees vaker schrijfsels van de heer Borman op internet met totaal onrealistische uitspraken (ik durf het woord waanideeen best te gebruiken), maar deze keer kan ik het niet laten om er op te reageren. Appels, peren, alles wordt erbij gehaald om een totale cocktail van overheid 2.0 over de lezers uit te storten.

Laten we enkel uitspraken bekijken:
“Derden uit de private sector, zowel profit als nonprofit, zijn met deze beschikbare overheidsinformatie beter dan overheden in staat goede websites te bouwen voor specifieke doelgroepen.”. Wie gaat dat doen dan? De consultancy club van de heer Borman? Particulieren? Wie waarborgt de kwaliteit en de beschikbaarheid? Gemeenten zijn wettelijk verplicht om informatie en dienstverlening aan te bieden. Dat telt niet meer mee?

Een paar regels daarvoor schrijft de heer Borman nog: “In deze situatie zijn de leveranciers van ‘internetoplossingen’ de lachende derde.” Hoe verhoudt dat zich tot de derden uit de private sector? Die doen alles gratis en volledig en ter wille van het vaderland? Tuurlijk.

Oh nee, we hebben nog een partij. De redactie. Daarover schrijft de heer Borman: “In plaats van veel content volgens eigen richtlijnen te produceren, moeten redacties leren werken met mashups, het bouwen van widgets en het bouwen van webapplicaties”. Ik weet niet hoe vaak u bij gemeenten komt, maar als dit het idee is dan hebben we nog een lange, lange weg te gaan.

Maar is het dan de techniek die het lastig maakt? “Content komt minder en minder uit contentmanagementsystemen en meer en meer uit andere online informatiebronnen.”. En daar zit geen CMS achter? Een RSS feed of XML koppeling maakt nog geen prettige website waar mijn moeder haar paspoort kan aanvragen, hoe goed die XML feed met productinformatie ook gepubliceerd is.

Als ik het allemaal verkeerd heb begrepen of gelezen dan hoor ik het graag. Maar ik zou u willen vragen om uw stukken realistischer te schrijven, want hiermee slaat u echt de plank mis.

Martin Borman 29 maart 2009 om 21:04

@Martin,
Allereerst natuurlijk dank voor het lezen van mijn schrijfsels! Hoewel je niet direct mijn beoogde publiek bent, ben ik blij met elke trouwe lezer. Blijkbaar raak ik een snaar bij je. Gezien je functie als product-manager bij een CMS-leverancier ook niet helemaal onbegrijpelijk. Je noemt een paar zaken, waarop ik zal reageren.

Ten eerste noem je mijn schrijfsels waanideeën. Dat recht heb je. Hoe graag ik het echter ook zou willen, helaas heb ik niet de capaciteit om dergelijke schrijfsels zomaar te bedenken. Ik baseer mij altijd op artikelen en onwikkelingen in het buitenland. Dit artikel, wat jou tot een reactie aanzette, is gebasseerd op het artikel “Government and the Invisible Hand”, uit het Yale Journal of Law and Technology. Niet een tijdschrift dat bekend staat om waanideeën. De centrale gedachte, overheden moeten zich niet langer richten op websites en hun focus verleggen naar een publieke infrastructuur, wordt uitgedragen door aansprekende personen zoals Tim O’Reilly, Vivek Kundra en zelfs Barack Obama. Misschien heb ik waanideeën, dan toch in ieder geval samen met anderen.

Dan de uitspraken die je uitlicht. Als overheden informatie uit hun informatiebronnen beschikbaar stellen, kan iedereen hiermee aan de slag. Dat gebeurt ook. Ik verwijs hiervoor naar http://www.appsfordemocracy.org/ , http://showusabetterway.co.uk en http://farmsubsidy.org/ . Op de eerste twee websites vind je allerlei voorbeelden van websites die op basis van door overheden gepubliceerde informatie door particulieren zijn gebouwd. Het derde voorbeeld heb ik bijgevoegd om je een voorbeeld te laten zien van een zeer waardevolle website, op basis van door overheden gepubliceerde informatie, gebouwd door een particulier.

De gemeente is en blijft verantwoordelijk voor het juist, volledig en tijdig publiceren van informatie. Dat staat in mijn artikel ook niet ter discussie. Wat ter discussie staat, is of overheden zich hiervoor primair moeten blijven richten op het ontwikkelen en onderhouden van eigen websites. Ik denk met de auteurs van het genoemde artikel en de eerder genoemde personen van niet.

Ook digitale dienstverlening staat niet ter discussie. Wel of deze dienstverlening vooral via de eigen website of bijvoorbeeld via widgets moet gebeuren. Sitebeheerders van bijvoorbeeld een onderwijsinstelling kunnen een ‘verhuiswidget’ van de gemeente op de website plaatsen. Studenten kunnen dan eenvoudig een verhuizing doorgeven via de website van de onderwijsinstelling. In plaats van dienstverlening op één website, breng je op deze wijze de dienstverlening naar heel veel websites. Deze websites staan vaak dichter bij de burger dan een overheidswebsite. Moeten overheden zich richten op een eigen website met formulieren, of moeten zij zich richten op het beschikbaar stellen van widgets met dienstverlening? Mijn mening weet je, want daar reageer je zo stevig op.

Leveranciers van contentmanagementsystemen zijn in de huidige situatie de lachende derde. Dankzij de focus van overheden op het ontwikkelen en beheren van (een) eigen website(s), verdienen zij goed geld met het implementeren van nieuwe CMS-oplossingen. Als overheden hun focus verleggen naar het publiceren van ‘ruwe’ informatie, krijgen deze leveranciers dus te maken met een krimpende markt.

Daartegenover staat dat burgers, nonprofit én profitorganisaties de nieuwe lachende derde zijn, omdat zij kostenloos profiteren van de gepubliceerde overheidsinformatie via diverse websites die het licht zullen zien. Een voorbeeld van zo’n gratis website, opgezet ter wille van het vaderland, is http://www.vergunningenkaart.nl/ . Iedereen kan nu bekendmakingen op een kaart, kosteloos, integreren op een website.

Dan je punt dat gemeenten nog een lange weg te gaan hebben. Dat klopt. Daarom is Ambtenaar20.nl ook zo actief om ambtenaren bekend te maken met web 2.0 oplossingen, toepassingen en kansen. Mijn artikel is daaraan een bijdrage. Gelukkig is web 2.0 geen evolutie, maar een revolutie, een radicale wijziging van werken en denken. Overigens, ik loop veel bij gemeenten rond. Ik kan je vertellen dat er veel irritatie is over huidige web 1.0 oplossingen en veel interesse voor web 2.0 oplossingen. Ik ben waarschijnlijk wat positiever over de weg die we zullen gaan dan jij.

Zit er dan geen CMS achter al die informatie die de overheid gaat publiceren, vraag je jezelf bezorgd af. Nee. Veel, zo niet de meeste, informatie op internet staat al in andere backofficesystemen. Al deze systemen kunnen RSS, XML of een andere standaard publiceren. Kan jouw moeder dat eenvoudig lezen? Nee, natuurlijk niet. Daarom zullen overheden deze RSS, XML en andere ‘feeds’ ook via widgets publiceren zodat bezoekers de informatie kunnen raadplegen. Daaraan komt geen CMS in de klassieke zin van het woord meer te pas. Daarnaast zullen juist derden deze XML feeds, waarschijnlijk wel beter dan overheden zelf, toonbaar maken voor jouw moeder. Het voorbeeld van de Vergunningenkaart is een voorbeeld hoe een overheid zich primair kan richten op het publiceren van XML waarbij derden voor een goede presentatie zorgen. Als de beheerder van de site dat wil, kan je moeder de kaart voortaan zien op de website van de lokale krant.

Kortom, ja, ik denk dat je het allemaal verkeerd begrepen hebt. Mijn doelstelling is en zal blijven overheden de realistische mogelijkheden van web 2.0 te laten zien. Hopelijk blijf je mijn volgende schrijfsels daarom volgen.

Martin 30 maart 2009 om 07:48

Beste Martin,
Dank voor de uitgebreide reactie. Ik zal hier later op de dag uitgebreider op reageren als ik de artikelen en websites heb bekeken en meer tijd heb.

Voor nu twee opmerkingen:
- de opmerking over waanideeen neem ik terug.
- mijn reactie is geschreven op persoonlijke titel. Ik gebruik mijn prive email adres en doordat je blogger bent kun je dat zien, maar mijn werkgever staat los van mijn reactie

Martin 30 maart 2009 om 14:36

Hallo Martin

Je laat zien dat je een ambtenaar 2.0 bent door de discussie beargumenteerd aan te gaan. Ik sneed de discussie scherp aan, want ik mis op deze site af en toe een goede discussie, terwijl er zoveel spannende zaken zijn om over te discussieren! En je neemt zelf een kritische stelling, dus vandaar mijn reactie.

Laat ik vooropstellen dat ik zelf ook voorstander ben van het open aanbieden van informatie dmv XML, APIs etc. Ik zie alleen in jouw voorstel twee lijnen ontstaan die ik niet realistisch vind.

Allereerst zeg je dat ambtenaren veel te veel kwijt zijn aan het bedenken van een sitestructuur en de bouw van de website. Dus stel je voor om gemeenten zich te laten richten op de ontsluiting van content ipv de vorm en structuur (”de voorkant”). Volgens mij heb je dan nog steeds het probleem dat de burger niet kan vinden wat hij zoekt, want overal ontstaan dan fragmenten van informatie en interactie. Verpakken in widgets maakt het niet beter, want moet ik dan eerst een gemeente verhuiswidget gaan zoeken als ik wil verhuizen? Neem de Apple App store ter vergelijking: op zich een prima distributiemodel, makkelijk in gebruik, maar nu de massa het gebruikt blijkt het onmogelijk die ene app te vinden tussen de 25.000 andere apps. Wat ik wil zeggen: het probleem los je er niet mee op, je verplaatst het alleen maar.

Ten tweede geloof ik niet in het feit dat derde partijen de burger beter en volledig gaan bedienen dan de overheid zelf. Neem bijvoorbeeld http://www.vergunningenkaart.nl/. Heel erg leuk initiatief, maar als SWIS BV morgen failliet is dan hebben we geen vergunningenkaart meer. Dan kunnen we zeggen: “dan sluiten alle gemeenten maar een contract met SWIS BV zodat vergunningenkaart altijd in de lucht blijft”, maar wat schieten we daar mee op? Waarom bouwt de overheid dit zelf niet, bijvoorbeeld vanuit ICTU? De overheid is verplicht om te publiceren en dienstverlening aan te bieden.
De leuke applicaties zullen vast via een app of widget gemaakt worden (50% van de voorbeeld apps doen iets met Google maps), maar er zijn genoeg minder spannende zaken. Die blijven dan liggen of de restjes doet de gemeente zelf?

Kun je zelf aangeven waar volgens jou de scheidingsgrens ligt? Moet een digitaal loket ook in een widget komen?

De rol van de CMS leverancier hoeft niet te veranderen, mits je een goed CMS gebruikt. Goede CMSsen gaan verder dan publiceren van informatie, maar verzorgen online dialogen en selfservice in gepersonaliseerde omgevingen. Op het moment dat alles in een CMS zit kun je de dialoog ook sturen, dat wordt lastiger als je alleen wat widgets en XML feeds hebt. Oh – en met een goed CMS kun je ook widgets/Apps/APIs/Google Maps/.. inzetten. Als je me niet gelooft, mail of bel me dan:- )

Remco Kouwenhoven 31 maart 2009 om 10:13

De discussie tussen Martin en Martin is boeiend om te lezen, maar gaat mij te veel in op de details (die overigens ook belangrijk zijn). Ik heb het idee dat we het hier helemaal niet over techniek of business-modellen hoeven te hebben. Er zijn nog veel basalere hobbels te nemen, voordat we echt aan de techniek toe komen.

Uitgangspunt lijkt mij te zijn dat overheden publieke organisaties zijn. Die publieke organisaties hebben een plicht (al dan niet wettelijk) publiek toegankelijk te communiceren. Daarnaast vereist een democratisch staatsmodel publiek verantwoording. Ten slotte wordt algemeen aangenomen dat transparantie leidt tot een efficientere en kwalitatief betere overheid (zie bijvoorbeeld de argumentatie in het memorandum Transparancy and Open Government van Obama).

De vraag is of de Nederlandse overheid die transparantie wel echt wil. Techniek is naar mijn idee niet de kern, cultuur is dat wel. De Nederlandse overheid staat bepaald niet voorop als het over transparantie gaat. Zelfs het Nederlandse wettelijk kader steekt schamel af, op dit terrein, bij diverse andere westerse democratien. Amerika is nu het lichtend voorbeeld, maar dat is het deels dankzij de beleidswijziging van Obama. Bush had niet zoveel met openheid en transparantie.

Ik heb wat zicht op hoe het bij gemeenten gaat als er WOB-verzoeken (Wet Openbaarheid Bestuur) binnen komen. Eerste reactie is dan veelal: hoe komen we hier onderuit? Wat kunnen we doen om dit WOB-verzoek af te schieten?

Lees ook nog eens het rapport van de Raad voor het Openbaar Bestuur er op na (Informatie: Grondstof met Toekomstwaarde. Daar is de conclusie dat de overheid de informatiehuishouding niet op orde heeft. Ook hier is niet de techniek het knelpunt, maar het beleid en de manier waarop er met dat beleid wordt omgegaan.

Kortom, ik voel een end mee met de argumentatie van Martin Borman, maar ik zie eerder culturele dan technische bezwaren.

Bram de Winter 1 april 2009 om 12:33

Ik geloof echt dat web 2.0 oplossingen bij kunnen dragen in het bevorderen van de communicatie tussen overheid en burger. Alleen denk ik niet dat de overheid kan volstaan met het aanbieden van ruwe content en het dan aan derden over kan laten om die informatie op een aantrekkelijke en effectieve manier te ontsluiten. Die regie moet je toch zelf in de hand kunnen houden? Anders wordt de informatie van de overheid compleet versnipperd aangeboden op het internet: iets waar nu een hele hoop mensen nog niet mee om kunnen gaan. Mijn collega’s kijken hun ogen uit als ze mijn I Google pagina zien. ‘Nog nooit van gehoord / gezien’ Dat geld natuurlijk ook nog voor veel burgers. Op ambtenaar2.0 lees ik een hoop interessante informatie waar ik een hoop van leer, maar men gaat er vaak gemakshalve vanuit dat de burger net zo up-to-date en bedreven is in web 2.0 toepassingen als het clupje pioniers op ambtenaar 2.0. ;-)

In de communicatie is er altijd sprake van 2 richtingen volgens mij:

A. de overheid wil iets mededelen (of moet dat in sommige gevallen)
B. De burger wil iets weten.

In geval van A zou de overheid veel meer op een marketingachtige manier
moeten werken. Weet wie je doelgroep is en waar deze zich bevind op het internet. De doelgroep kun je dan het beste bereiken op een 2.0-achtige manier.

In geval B lijkt het me zinvol dat de website van de overheid alleen maar vraag-gericht is. Beste vraaggerichte website: google! Dus niks geen vooropgezette structuur, maar een simpele goedwerkende zoekmachine zou moeten volstaan.

Los van bovengnoemde voorbeelden (die redelijk kort door de bocht zijn) kan een moderne overheid niet zonder goed ingericht digitaal productenloket voor het aanvragen van paspoorten en dergelijken.

En zoals hier al genoemd in een vorige reactie: technische bezwaren zijn er niet, eerder culturele! Maar dat geldt voor zowel de overheid als de burger! Welke burger gaat nu zelf een website bouwen met rss-feeds om op de hoogte te blijven van overheidsnieuws? De burger wil gewoon snel en simpel de juiste informatie vinden en geeft het na 5 minuten vaak al op. En wie is de ‘boosdoener’? De niet goed functionerende website? Kom op zeg! Ooit van een telefoon gehoord? En kom dan niet aan met het argument dat je dan van het kastje naar de muur wordt gestuurd, want dat wordt je bij zowat elke helpdesk van een groot bedrijf ;-)

Martin Borman 1 april 2009 om 12:45

@Martin,

Dank voor je goede voortzetting van de discussie! Je benoemt twee lijnen die je niet realistisch vindt. Ik zal hierop reageren.

Ten eerste stel je dat overheden die ruwe informatie publiceren en widgets aanbieden het probleem verplaatsen en niet oplossen. Zonder te beschikken over onderzoeksdata durf ik te stellen dat de meeste burgers niet op een overeidswebsite naar overheidsinformatie en -diensten zoeken. Zij gebruiken hiervoor Google. Als overheden hun ruwe informatie publiceren op internet, integreren derden deze informatie in hun websites. Als overheden hun diensten in widgets aanbieden, integreren sitebeheerders deze in hun websites. Kortom, de burger kan de informatie op meerdere plekken terugvinden. Dit geeft dus meer resultaten via Google. De burger kan zelf kiezen welke website hij vertrouwt, prettig vind of misschien al kent. De vergelijking met de Apple App Store gaat niet op, omdat derden deze informatie en diensten niet kunnen integreren op hun eigen websites.

Door ruwe informatie te publiceren en widgets aan te bieden, stellen overheden derden in staat overheidsinformatie en -dienstverlening naar de doelgroepen toe te brengen. Ik denk bijvoorbeeld aan een rijschool die op zijn website een widget integreert, waarmee leerlingen een uittreksel kunnen aanvragen of een afspraak maken voor het afhalen van een rijbewijs. Een ander voorbeeld is dat de websitebeheerder van een adviesbureau de widget voor een vergunningaanvraag plaatst. Zowel de rijschoolhouder als de adviseur plaatsen niet enkel de widgets. Zij adviseren hun bezoekers ook wat wel en niet te doen. De overheid profiteert op twee fronten. Overheidsinformatie en -dienstverlening wordt ‘dichter’ bij de doelgroepen aangeboden en ook nog eens voorzien van specifieke doelgroepinformatie.

Overheden die hun informatie en diensten vooral via widgets aanbieden, kunnen deze widgets eenvoudig labelen met trefwoorden. Een gemeente kan per wijk een nieuwswidget maken en deze labelen met de specifieke wijknamen. Hetzelfde kan de gemeente doen met een meldingenwidget. Een wijkbewoner kan zo eenvoudig alle relevante widgets, en daarmee wijkspecifieke informatie, vinden.

Dankzij mashuptechnologie kan een overheidsorganisatie ook eenvoudig meerdere widgets koppelen. Een gemeente kan zo vrij eenvoudig een widget waarmee een bezoeker producten kan zoeken in de PDC, koppelen aan een widget waarmee burgers een product of dienst kunnen aanvragen. De gecombineerde widget zorgt ervoor dat een burger die in de PDC zoekt naar rijbewijs, direct ook het formulier voor het maken van een afspraak ziet. Andersom geldt ook dat een burger die een formulier zoekt voor het aanvragen van een uittreksel, ook de beschrijving uit de PDC kan zien. Beide voorbeelden zijn eenvoudig te realiseren met een enterprise mashupapplicatie.

Overheden kunnen in plaats van een klassieke website nu een portal maken, zoals bijvoorbeeld de BBC. Een aantal widgets worden bij het eerste bezoek standaard getoond. De bezoeker kan zelf instellingen van de widgets aanpassen en zoeken binnen naar andere interessante informatie binnen de collectie overheidswidgets. Ik zie niet gebeuren dat overheden 25.000 widgets maken en aanbieden op de eigen website. Dit aantal zal beperkt en overzichtelijk blijven. Daarnaast zorgt het labelen en categoriseren ervoor dat bezoekers eenvoudig de gewenste widgets vinden.

Bezoek eens http://www.nottinghamcity.gov.uk/ voor een voorbeeld van een gemeente die een dergelijk model heeft ingezet.

Kortom, overheden die ruwe informatie publiceren en widgets aanbieden, verspreiden informatie en dienstverlening. Hierdoor vinden burgers eenvoudiger de juiste informatie en dienstverlening. Door de toegevoegde informatie van derden, krijgen burgers meer en beter informatie op maat.

Je tweede bezwaar is dat niet zeker is dat derden informatie blijven aanbieden. Hier geldt de macht van het getal. Als overheden het Open Overheid model omarmen, verwacht ik dat veel derden hiervan profiteren en de informatie en diensten integreren in de eigen websites. Als één website stopt, is daarmee dus geen man overboord. De burger kan de informatie nog terugvinden op diverse andere websites.

Daarnaast blijven overheden ook zelf de informatie aanbieden. Naast de ruwe informatie publiceren zij immers ook widgets. Deze widgets zijn via de door burgers via eerder beschreven portal terug te vinden.

Vanzelfsprekend blijft de overheid verantwoordelijk voor het tonen van alle informatie. De minder spannende zaken waaraan jij refereert, moet de overheid dus niet alleen via ruwe vorm aanbieden. Hiervoor zullen zij ook widgets beschikbaar moeten stellen. Deze kan de burger dan in ieder geval weer terugvinden in de genoemde portal. Overigens, je kunt je afvragen wat de waarde is van dergelijke informatie.

Dan nog je vragen. Het digitaal loket bestaat niet. Het is een concept waarmee we aanduiden dat burgers informatie van overheden kunnen vinden en diensten kunnen aanvragen. Feitelijk is dus de hele website een digitaal loket. Ik verwijs naar mijn voorbeeld van de gecombineerde widgets. Ik denk dat een overheid daarmee al een flink eind op weg is naar wat we nu digitaal loket noemen.

Goede vraag-antwoordsystemen sturen de dialoog en bieden selfservice in een gepersonaliseerde omgeving. Overheden die serieus met Antwoord en/of klantcontactcentra bezig zijn, beschikken over een dergelijk vraag-antwoordsysteem. Dit systeem kan vaak eenvoudig in een widget gepubliceerd worden naar internet. Veel antwoorden verwijzen naar content uit andere databronnen. Dit is geen probleem bij het gebruik van widgets.

Tot slot, moderne CMS’en kunnen inderdaad widgets en feeds integreren. Wat ik nog niet ben tegen gekomen is een CMS waarmee ik op gebruiksvriendelijke wijze diverse ruwe informatiebronnen kan benaderen via RSS, XML of REST, vervolgens bewerkingen, zoals filtering en sortering, kan uitvoeren op deze informatie en dit tot slot onderbrengen in een widget dat door derden op de eigen website geïntegreerd kan worden. Ook ben ik nog niet een CMS tegengekomen waarmee ik meerdere widgets, zowel eigen als van derden, aan elkaar kan koppelen tot een nieuw widget. Tot slot ben ik nog geen CMS tegengekomen waarmee ik deze widgets in samenhang in pagina’s en portals kan onderbrengen.

Wel ben ik de technologie tegengekomen waarmee dit mogelijk is: Mashuptechnologie. Bedoel je soms te zeggen dat enterprise mashupapplicaties de content management sytemen van de toekomst zijn? Want dan hebben we elkaar gevonden. Mocht jij een dergelijke oplossing aanbieden, neem dan vooral contact op :-)

Martin Borman 1 april 2009 om 13:03

@Remco,

Je snijdt een wezenlijk punt aan. Voor echt succesvolle invoering van Overheid 2.0 is een cultuurverandering nodig. Beiden weten we ook dat als we bij overheden het woord cultuurverandering in de mond nemen, het project overleden is. Als we willen zorgen dat overheden gaan profiteren van web 2.0, moeten we het op een andere manier aanvliegen.

Het model dat ik voorstel, stelt overheden in staat voordeliger, efficiënter en sneller invulling te geven aan huidige ambities. Kort door de bocht, zij kunnen met lage investeringen snelle en goede resultaten halen op de Overheid.nl Monitor. Zij publiceren dan dezelfde informatie met web 2.0 concepten, als zij nu doen via web 1.0 concepten. Bijkomend voordeel is dat het model ook nog eens een belangrijke bijdrage levert aan ambities voor publieke dienstverlening.

Werken overheden eenmaal met het model, dan kunnen we de (maatschappelijke) discussie op gang brengen welke informatie niet ruw aangeboden mag worden. Waar ligt dan die grens? En waarom? Nu al van overheden vragen hun ambities ten aanzien van het publiceren van informatie te verleggen, is volgens mij een lange en misschien wel heilloze weg.

Ik pleit er dus voor dat overheden die nieuw internetbeleid aan het opstellen zijn, het Open Overheid model in overweging nemen. Naast de belangrijke voordelen op korte termijn, bouwen ze ook aan een infrastructuur op lange termijn.

Bram de Winter 1 april 2009 om 14:21

Sorry maar sinds wanneer is een project overleden als we het woord cultuurverandering in de mond nemen? Wat een negativiteit. En misschien ligt het aan een gebrek aan kennis bij mij, maar er wordt hier wel heel veel in containerbegrippen en algemeenheden gesproken: ‘….zij kunnen met lage investeringen snelle en goede resultaten halen op de Overheid.nl Monitor. Zij publiceren dan dezelfde informatie met web 2.0 concepten, als zij nu doen via web 1.0 concepten. Bijkomend voordeel is dat het model ook nog eens een belangrijke bijdrage levert aan ambities voor publieke dienstverlening.’ You lost me there. Als wij op deze manier communiceren met de burger snap ik dat we meer vraagtekens oproepen dan vragen beantwoorden. Kun je het iets concreter maken?

Bram de Winter 1 april 2009 om 14:24

Overigens: sinds wanner is het belangrijk dat je website goed scoort op Advies Overheid.nl? Dan voldoet je website aan richtlijnen die de overheid opstelt en toch niet wat een gemiddelde burger vind van je digitale dienstverlening? Deze manier van denken is erg zendergericht en staat haaks op de web 2.0-gedachte! Maar correct me if im wrong ;-)

Martin Borman 1 april 2009 om 14:48

@Bram,

Helaas heb ik (te) vaak gemerkt dat als je bij overheden begint met zeggen dat voor een bepaald resultaat een cultuurverandering nodig is, je het draagvlak aan de top kwijt bent. Beter is het de aandacht te richten op concrete resultaten die kunnen leiden tot een cultuurverandering. Kleine aansprekende resultaten zorgen vaak voor meer en snellere cultuurverandering dan discussies over cultuurverandering. Nogmaals, dit is mijn ervaring. Wellicht zijn grote cultuurveranderingen in jouw omgeving wel snel in gang gezet middels discussies hierover.

Met web 2.0 kunnen overheden met minder geld, sneller meer resultaten halen. Mijn excuses als ik daarvoor containerbegrippen heb gebruikt. Ik heb het bedoeld in het verlengde van bovenstaande opmerking. Ik denk dat overheden sneller een cultuurverandering doormaken als de beleidsmakers die met internet bezig zijn, zoals communicatiestrategen en ict-strategen, web 2.0 concepten gaan toepassen. Overigens heb ik met het artikel geen burgers willen bereiken, maar collega web 2.0 enthousiastelingen :-) Daarnaast zie ik dat een eerder ingestuurde reactie nog niet geplaatst is. Wellicht kan die reactie na plaatsing je meer duidelijk verschaffen.

Over de ranglijst Overheid.nl Monitor mag iedereen zijn eigen mening hebben. De richtlijnen zijn er, en overheden moeten er aan voldoen. Het trieste nieuws is dat slechts 50 gemeenten voldoen aan 50% van de richtlijnen. Heeft een overheid een goede website als hij hoog scoort op de webrichtlijnen? Nee, vanzelfsprekend niet. Zelfs op de website van Rotterdam (3e plaats op de monitor) kan slechts 2/3 van de bezoekers de gewenste informatie vinden. Wel kun je stellen dat een overheid altijd een slechte website heeft als de website laag scoort op de webrichtlijnen. Simpelweg omdat dan veel informatie en functionaliteit niet aanwezig is op de website. Je mag er dan zeker van zijn dat deze informatie dus ook niet gevonden wordt :-)

Dit alles over Overheid.nl Monitor terzijde overigens. Mijn stelling was dat overheden niet moeten praten over cultuurveranderingen. Zij zijn vaak bezig met het ontwikkelen van beleid, projecten en activiteiten om meer aan de webrichtlijnen te voldoen. Bij het opstellen hiervan moet web 2.0 serieus overwogen worden, omdat dit voordeliger, sneller en eenvoudiger is. Nadat met web 2.0 een betere score op de Monitor is gehaald, zal de organisatie naar mijn mening meer gaan nadenken over andere kansen van web 2.0. En zo krijgen we de gewenste veranderingen bij de overheid gedaan.

Bram de Winter 1 april 2009 om 14:59

Okay heel helder en mee eens! Bedankt voor de nuancering…Enige wat ik nog steeds niet kan bevatten is dat de overheid het aan derden moet overlaten om ruwe informatie van de overheid op een aantrekkelijke manier te presenteren. Daardoor krijg je toch juist versnippering van de informatie waardoor het nog minder goed vindbaar wordt? Je mag van een burger niet verwachten dat die zo goed met web2.0 om kan gaan dat hij of zij zelf een pagina met rss-feeds aanmaakt om zo zelf te filteren welke informatie voor hem van belang is. Dat kunnen de meeste van mijn collega’s niet eens. Wil je als burger zaken doen met een gemeente, dan gaat hij ook zoeken op de site van een gemeente toch?
Ik ben het wel met je eens dat men initiatieven zoals vergunningkaart.nl moet omarmen (want kan worden geintegreerd in je eigen webomgeving) en daar geen dure pakketten voor hoeft in te kopen die over 3 jaar niet meer voldoen. Maar dan nog, stel dat die tool straks niet meer beschikbaar is? Wat dan?

Jos Smolders 1 april 2009 om 15:17

@Bram: de overheid hoeft het niet over te laten, maar kan derden de gelegenheid bieden. Ik zoek ook een beetje naar de plaatsen waar dat dan echt interessant kan zijn, huwelijksproces bij een trouwjurkenwinkel, aanvraag paspoort via vliegwinkel.nl? Ik wacht op de vraag om een specifieke overheidswidget uit de markt. Hoe het ook zij: de overheid kan/moet nog steeds haar eigen informatie ook via haar eigen site publiceren.
Toch is cultuur, hoe heikel dat onderwerp ook is, wel een kritische succesfactor. En over de monitor: deze is verworden tot een speeltje voor bestuurders. Zoals ik laatst bij een gemeente opmerkte: de informatie wordt keurig voorgelezen met een app maar het is wel achterhaalde bagger.

Martin Borman 1 april 2009 om 15:37

@Bram,
Graag gedaan, natuurlijk! Alle goede vragen en opmerkingen hier helpen mij ook zaken helderder voor de geest te krijgen.
Overigens zie ik dat Jos een prima reactie heeft gegeven :-)

Allereerst een belangrijke nuancering. In het artikel stel ik niet voor dat de overheid het aan derden moet overlaten om ruwe informatie op een aantrekkelijke manier te presenteren. Ik stel een model voor waarbij het mogelijk is dat derden informatie en dienstverlening eenvoudig kunnen integreren. Overheden moet zich niet primair richten op een eigen website. Zij moeten de aandacht richten op het zodanig aanbieden van informatie en diensten, dat derden dit eenvoudig kunnen integreren in eigen websites.

Vanzelfsprekend moeten burgers op http://www.gemeente-X.nl nog steeds alle informatie kunnen terugvinden. Nieuw is dat de alle informatie die zij op deze website terugvinden, zij ook kunnen terugvinden op andere websites. Om dit te realiseren moeten overheden zich richten op het aanbieden van ruwe informatie en widgets.

Als overheidsinformatie niet langer alleen op overheidswebsites staan en ook gevonden kan worden op andere websites, is het naar mijn mening eenvoudig voor een gemiddelde bezoeker om de juiste informatie te vinden via Google. Daarnaast kunnen bezoekers van andere websites eenvoudiger in aanraking komen met overheidsinformatie. Het voorbeeld van de trouwjurken is een aardige, informatie over lokale subisidies bij een adviesbureau en een verhuiswidget op een website van onderwijsinstelling een wat realistischer. Burgers vinden informatie dus makkelijker en komen, via andere websites, sneller in aanraking met overheidsinformatie en -diensten.

De burger als eindgebruiker hoeft niets te weten van web 2.0. Met het aanbieden van de ruwe informatie stelt de overheid vooral websitebeheerders in staat hiermee hun dienstverlening te verrijken.

Tot slot je vraag met betrekking tot Vergunningenkaart.nl. Dit is een eerste toepassing. Binnen niet al te lange tijd zullen meer websites gelijke functies bieden. Als Vergunningenkaart.nl stopt, zijn er genoeg andere websites waar burgers bekendmakingen op een kaart kunnen zien.

Bram de Winter 2 april 2009 om 13:43

Al met al weer een eye-opener. Waarvoor mijn dank! Het opmerkelijke is dat ik in mijn baan als promoter van evenementen allang op deze manier werk: andere websites dan mijn corporate website inschakelen om info over mijn events te geven, waardoor ik veel meer mensen bereik. Alleen voor de overheid / gemeente doen we dit (veel te ) weinig!

Holger 3 april 2009 om 12:35

@ Martin Borman
Wat een leuke discussie hier, ik denk echter wel dat we al verder zijn dan hier wordt verondersteld!

@ iedereen
Met plezier gelezen en komt tot de kern van de technologische uitgangspunten van overheid 2.0. Aan de technologie zal het echt niet meer liggen en de “change” is al lang in gang gezet.
Vanuit mijn rol als adviseur elektronische overheid werk ik namelijk al een aantal jaar met steeds meer overheidsorganisaties aan de uitwerking van dit concept. Hierbij stelt de overheid haar data open en live uit de bron beschikbaar en gebruikt deze data via de open standaarden (webservices) in gemeenschappelijk ontwikkelde mashups voor haar klanten (burgers en bedrijven) maar ook voor haar eigen medewerkers en ketenpartners in de e-overheid. Het leuke is dat deze mashups, naast het gebruik in de eigen website, direct kunnen worden overgenomen in een landelijk portaal als mijn-overheid maar ook zeker bij andere websites zoals die van een uitgever, makelaar, bank, et cetera zodat zij rechtstreeks data uit de bron kunnen tonen en aan de brondata kunnen toevoegen (melding openbare ruimte, verhuizing, aanvraag uittreksel et cetera). Dit is dus exact dezelfde dataset waar ook het “bevoegde gezag” (overheidsorganisatie die per wet is toegewezen voor het bijhouden van deze actuele dataset) via een online mashup in de keten samenwerken deze actueel te houden.
Om het overheids 2.0 principe op gang te brengen werken een aantal overheidsorganisaties in een gemeenschappelijke stichting al enige tijd samen om deze mashups te ontwikkelen en te beheren. Inmiddels komen er dus steeds meer van deze open databronnen en mashups beschikbaar. De reeds door de stichting deelnemers ontwikkelde mashups worden inmiddels al door vele duizenden burgers, bedrijven en ambtenaren gebruikt in live toepassingen vanuit meerdere websites.

Inmiddels heb ik vanuit mijn functie bij de stichting GemGids al vele invoeringstrajecten van dit soort “mashups” begeleid en geloof ik dus echt in de web 2.0 technologie in combinatie met open overheidsdata. Noem mij dus gerust een “believer overheid 2.0”. Op de website van de stichting GemGids vind je in de rechter sitebar veel voorbeelden van publiek toegankelijke toepassingen die volledig gebruik maken van open standaarden (webservices) en data uit de bronsystemen ophalen. Enkele leuke voorbeelden van deze mashups zijn:

Verkeerskaart gemeente Doetinchem: https://doetinchem.gemgids.nl/verkeerskaart

Een mashup waar niet alleen open overheidsdata maar ook gratis open data van Google worden gebruikt voor bijvoorbeeld de routeplanning. Bij elke parkeervoorziening is de mogelijkheid opgenomen om een route hier naar toe te plannen (Google data). Op het kaartje van de route krijg je direct de actuele en geplande wegwerkzaamheden te zien (open overheidsdata). Eigenlijk wel vreemd overigens dat de route info van Google moet komen en niet als open overheidsdata beschikbaar is die door alle routeplanners gebruikt kan worden of door organisaties als http://www.openstreetmap.nl die er wat moois voor maakt voor de routeplanners. (zie bijvoorbeeld de ontwikkelingen met AndNav op de Android telefoons) http://www.androidplanet.nl/738/andnav2-gratis-navigatie-voor-de-t-mobile-g1

Gemeenteloket Voorst: voorst.gemgids.nl

In 1 mashup meerdere diensten van verschillende overheidsorganisaties ondergebracht voor het raadplegen van overheidsdata en het “inschieten” van een verzoek of melding in de brondatabase op basis van een webservice. Het leuke is dat tijdens een dienst meerdere services worden gebruikt. Zo worden bij het doorgeven van een verhuizing (uiteraard na inlog via DigiD) bijvoorbeeld persoonsgegevens opgehaald uit de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) en worden bij het invoeren van het nieuwe adres rechtstreeks uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) adresgegevens automatisch aangevuld. Ook leuk is om te zien hoe bij het doorgeven van een melding in de openbare ruimte bij het plaatsen van een punt op de Google Maps luchtfoto direct uit de BAG van de gemeente een adres wordt opgehaald. Allemaal op basis van open overheidsdata dus!

Steeds meer overheidsorganisaties richten inmiddels deze open databronnen in en de komende jaren zal het algemeen goed worden dat partijen als stichting GemGids, Swiss en vele vele anderen hiervoor mashups, widgets et cetera zullen gaan ontwikkelen. Content management zal hiermee dus een nieuwe dimensie krijgen. Bronbeheerder gaan dit uiteindelijk allemaal zelf verzorgen.

Een bijdrage van een “believer”. Don’t fear

Martin Borman 3 april 2009 om 13:11

@Holger,

Dank voor je erg leuke en goede bijdrage! Ik denk dat iedereen even een kijkje moet nemen op jullie website en de websites die jullie gerealiseerd hebben.

Misschien wil je wat vaker en andere ervaringen delen op deze website?

Holger 5 april 2009 om 18:46

@Martin

Heb er vaak over nagedacht. Ben ook bij de unconference open overheid geweest van 9 oktober vorig jaar en zie veel aanknopingspunten in dit netwerk van de ambtenaren 2.0.
Echter ben ik geen echte schrijver en kost het me erg veel tijd om een bijdrage te leveren. Ik ben meer een bezoeker, maar helaas zijn bijna alle bijeenkomsten van ambtenaar 20 in Den Haag. Niet echt 2.0 overigens :-)

Misschien binnenkort eens een bijdrage van mij over een super gaaf project welke we nu in ons lab aan het opleveren zijn met Android en open overheidsdata!

Comments on this entry are closed.

Vorig artikel: Hoe digitaal vaardig ben jij? Doe de DQ-test!

Volgend artikel: Het Nieuwe Werken, een overzicht