Wat ga je anders doen als je gaat werken volgens web 2.0-principes? En vooral, hoe begin je met het toepassen van web 2.0 in beleid? Bij het ministerie van LNV zijn enkele organisatieonderdelen de uitdaging aangegaan en zij proberen web 2.0-technieken uit. Twee vragen liggen voor: wat betekent 2.0 voor de organisatie en hoe zorg je dat de kennis die je nu opdoet over 2.0-werken niet verloren gaat? Hieronder een blik op de ervaringen die nu opgedaan worden met de eerste experimenten.
Groepsvorming
Het ministerie van LNV werkt aan een groot verandertraject. Niet alleen de organisatiestructuur verandert, maar ook moet er een slag gemaakt worden in de werkwijze. Voor het verandertraject hebben twee directies en een programmadirectie een Ning-website opgezet. De programmadirectie heeft nog weinig medewerkers en er is niet echt sprake van discussie en een netwerk. De ambitie is er wel. De onbekendheid met het medium levert wel een leuke reactie op: ‘Zeg, kunnen die advertenties gericht op mannen tussen de 40 en 50 jaar er niet af?’ Omdat de website nog grotendeels leeg is, worden advertenties toegevoegd op basis van de weinige info op de website: het profiel van de beheerder.
De twee andere Ning-sites zijn nogal verschillend. De één is bijzonder levendig. Het management start discussies, schrijft blogs en reageert. Medewerkers zijn actief. De site wordt onder de aandacht gebracht door mails. En er is een wisselwerking tussen de zeepkistactiviteiten en de website. En het leuke is, ook medewerkers van andere directies mogen meediscussiëren!
De ning-site van de andere directie is rustiger: Minder inbreng van het management, minder leden, minder actie. De vraag is of dit medium bij deze directie past. Wil je een communitysite laten werken, dan moet je er net zoveel energie in steken als dat je moet doen om een groep op een 1.0-manier te vormen. En bij verandertrajecten geldt nog steeds dat voorbeeldgedrag van het management het sleutelwoord is.
Samen werken
Een andere programmadirectie wilde graag samen werken aan documenten, discussiëren, bloggen en documenten delen. Een echt goed programma om dit te ondersteunen is er nog niet. Er is een redelijk programma gevonden (SocialText) en daar werkt deze programmadirectie nu mee. Het programma is niet geschikt voor grote documenten en heeft geen goede editor. Ook werkt het nog niet foutloos: bij het opslaan verdwijnt de tekst soms. Als je de indeling van de voorpagina wilt wijzigen, heb je iemand nodig die handig is met HTML. Dat is een belemmering, want als je de andere workspace wilt, ben je afhankelijk van anderen om verder te kunnen.
We zien dat er documenten gedeeld worden en dat er geblogd wordt. Dat bloggen is prettig. Nu kun je nalezen waar je collega geweest is en wat hij daar gedaan heeft. De eerste ervaringen worden opgedaan met het samenwerken aan documenten. Dat is best eng. Het idee dat een ander je werk kan veranderen! Het discussiëren via het programma komt niet goed van de grond. Het is een overzichtelijke groep, medewerkers zitten bij elkaar in de buurt. Bijpraten bij het koffieapparaat en het werkoverleg is functioneler. Dat je samen sneller stukken kunt schrijven, leert deze programmadirectie nog niet. Dat inzicht krijgen ambtenaren wel als zij de cursus Web 2.0 hebben gevolgd.
Tooltjes en verder
In totaal zijn er nu zo’n tien onderwerpen/projecten bij LNV die iets met een web 2.0-tool doen of gaan doen: Ning, wiki’s, SocialText, etc. Het gaat vooral om groepsvorming en de mogelijkheid om discussies te voeren via internet. De eerste vraag van de meesten was welke tool zij kunnen gebruiken. Belangrijker is echter om te weten wat de principes zijn van web 2.0. Leer te werken met wat basistools en kies dan zelf wat passend is. Pas dan gaan de ingezette tools ook echt leven. Het is zoeken naar een onderwerp waar 2.0-werken goed aanslaat. Het vraagt nogal wat. Je moet er energie instoppen, een andere omgangsvorm aanleren als medewerker en als leidinggevende, een goed gevoel bij waar grenzen van de organisatie liggen (organisatiesensiviteit), en vooral: veel fantasie en creativiteit! Welke combinaties kun je maken om te zorgen voor meerwaarde?
Je ziet dat LNV met web 2.0 nog vooral intern is georiënteerd. Maar we leren er zo veel van. Het heeft gevolgen voor het ICT-beleid, voor HRM, voor selectieprocedures, voor werkplekinrichting/gebouwenbeheer, voor beveiliging, voor beleidsontwikkeling, voor netwerkvorming, voor organisatieontwikkeling, voor communicatie, voor managementstijl en zo kun je nog wel even doorgaan. We brengen nu de leerervaringen in kaart. De belangstelling voor web 2.0 is er. Die stap naar ‘buiten’ komt!
wordt vervolgd …
(Mogelijk) gerelateerde artikelen:
- Heroverweging 2.0: vijf kostenbesparingen met 2.0 en Het Nieuwe Werken
- Haagse Hogeschool van start met Het Nieuwe Werken
- Werken 2.0 in beeld
- Negen observaties over de LNV-proefprojecten
- Meer over de proefprojecten Werken 2.0 bij LNV
{ 10 reacties }


{ 2 trackbacks }
{ 8 reacties }
Hallo Marie-Louise, leuke blog. In de discussie in de groep Tips ‘n Trucs over of je aan Twitter of Blackberry verslaafd kan raken, is opgemerkt dat bij al die web 2.0-instrumenten belangrijk is de juiste keuzes te maken: welke ga je gebruiken waarvoor. Hugo van der Zalm zegt hierover: “Misschien een basis voor een nieuw onderwijsidee: het maakt niet uit wat je leert, als je maar leert keuzes maken
”. Voor een organisatie gaat dat natuurlijk ook op en liefst goede keuzes in een beetje snel tempo.
Voor interorganisatie netwerken zoals Ambtenaar 2.0 snap ik het nut van Ning. Maar is voor de interne organisatie het niet veiliger en rustiger om de Viadesk community op Rijksweb te gebruiken?
Leuke blog en herkenbaar. Binnen de provincie heb ik ook ‘n ning omgeving ingericht om ambtenaren te leren wennen een 2.0 en aan te geven welke voordelen het biedt. Heb het nu afgeleid van het A2.0 netwerk. HRM heeft ook interesse getoond dus ik ben benieuwd wat dit gaat opleveren. Ik bemerk dat er nog wat watervrees is bij discussieren en bloggen. Jij geeft aan dat bij 1 ning omgeving de discussie levendig is. Komt dat omdat het management de discussie start? Ligt daar dan juist de trigger? Hebben de meeste ambtenaren juist dat signaal van management nodig? Zou voor mij interessant zijn omdat ik me nu nog niet expliciet richt op management.
@monique Zo te zien lijkt het management bij het enthousiasmeren een belangrijke rol te spelen. Er zijn ook anderen die discussies starten. De website staat open voor iedereen met belangstelling voor de ontwikkeling van deze directie. Daardoor zie je reacties uit hele andere hoeken. Ook dit helpt om actief de discussies te volgen. Er kijken vreemde ogen mee!
wellicht toch eens naar http://www.mindz.com social software kijken, die combineert vele functies, zodat je ergens kunt beginnen en dan doorgroeien, indien handig of gewenst, naar een volgende toepassing, zonder de hele zaak weer opnieuw te moeten optuigen…hulp of uitleg geef ik je graag…
Moet je toch maar eens kijken naar mindz.com software. Die combineert een aantal functionaliteiten, zodat je van de ene toepassing kunt migreren naar de volgende, indien de community dat wenst, zonder weer opnieuw, vaak in een andere omgeving, de hele zaak weer te moeten optuigen.Gratis…
Kijk maar eens hoe de MBO Academie dat doet: http://www.mindz.com/plazas/mboacademies_nl
Is er een overzicht van de verschillende proefprojecten Werken 2.0 bij LNV? Zijn er voorbeelden van het delen van documenten, het gebruiken van Twitter, het opstarten van een community, etc… voor werkdoeleinden?
Een overzicht van de proefprojecten staat op http://20werken.wetpaint.com. Het delen van documenten gebeurt bij GLB. Daar was de conclusie dat er wel gedeeld wordt, maar niet wordt samengewerkt aan een document. Twitter wordt door verschillende medewerkers gebruikt. Ik weet niet of daar echt beleid achter zit. Over het opstarten van communities zijn verschillende voorbeelden, met wisselend succes.
Comments on this entry are closed.